Monday, February 16, 2009

Bedenkingen aan de vooravond van de @lternatieve boekenbeurs




Zaterdag is er het belangrijkste links-libertaire evenement van het jaar in België. De @lternatieve boekenbeurs in Gent trekt al jaren zonder problemen meer dan honderden duidelijk geïnteresseerde bezoekers, en ik verwacht niet dat het dit jaar anders zal zijn.
Voor wie deze beurs nog nooit bezocht heeft is ze meer dan aan te raden, of men er nu libertaire opvattingen op nahoudt of niet. Men vindt er literatuur in vele talen en hoeveelheden, sprekers laten tijdens infosessies weten wat er momenteel allemaal leeft in de libertaire kringen van Europa.
Toch moeten we eerlijk blijven : de anti-autoritaire beweging blijft enorm klein, de doelstellingen ervan zijn regelmatig vaag en de onenigheden tussen de groepen en individuen die er deel van uitmaken blijven. Een heterogeniteit is er aan inherent geworden die zijn voordelen heeft (ik zou het immers ook rijke diversiteit kunnen noemen), maar heeft vooral tot gevolg gehad dat de beweging klein bleef, voor buitenstaanders leek de beweging immers te vaak op een zootje al te ongeregeld dat moeilijk begrijpbaar was. En veel van diegenen die er deel van hebben uitgemaakt zijn of waren de marge meer dan beu. Een aantal van hen heeft de beweging ontgoocheld verlaten of is nog nauwelijks actief met de ideeën ervan bezig.
Ooit was deze beweging veel groter, lag ze mee aan de basis van revoluties (bijvoorbeeld in Spanje, 1936!) en sprak ze veel arbeiders en armen aan. Maar die tijden zijn lang vervlogen. Is dit een pleidooi voor een terugkeer naar toen? Zeker niet, als het al zou kunnen om de klok van de tijd terug te draaien dan nog kunnen we niet om het feit heen dat interessante revoluties waar anti-autoritaire mensen aan mee hebben gewerkt uiteindelijk in mislukkingen zijn uitgemond, of het nu om de bureaucratisering van de Sovjetunie of de lange dictatuur in Spanje gaat... anarchisten (Makhnovisten, syndicalisten en anderen) hebben niet hun stempel kunnen blijven drukken op hun tijd.
Als voorbereiding voor dit evenement en de discussies die er zullen plaatsvinden stel ik dan ook aan allen voor om de volgende tekst te lezen : The Ghost of Anarcho-Syndicalism van Murray Bookchin. Nee, er is nog geen vertaling in het Nederlands. Maar in een multicultureler wordend België is het Engels niet alleen een belangrijker wordende taal, het is sowieso ook de taal die ons momenteel het beste in staat stelt om onze strijd te internationaliseren, vermits ze ons toelaat om met gelijkgezinden van over de hele wereld te communiceren.
Er vindt zaterdag in Gent om 17u een panelgesprek plaats met mensen van Worker's Solidarity Movement (Ierland), SAC (Zweedse anarchistische vakbond, o.v.) en CNT-AIT Lille over anarchisme en syndicale strijd. De door mij voorgestelde tekst om te lezen dateert uit 1992 maar blijft actueel, en niet alleen omdat hij zopas in het Fins vertaald werd. Het is de beste kritische tekst die ik ken om de geschiedenis van het anarcho-syndicalisme te proberen begrijpen als libertair iemand. Hoe de syndicale strijd vandaag door anarchisten gevoerd wordt zal duidelijker worden tijdens het panelgesprek.

The Ghost of Anarcho-Syndicalism is hier te vinden.

Monday, February 2, 2009

Voor een linkse strijd tegen antisemitisme

Met de kritiek op de staat Israël en haar beleidsmakers komt ook de strijd tegen antisemitisme in het daglicht te staan. In de media werpen een aantal mensen van de rechterzijde in Vlaanderen zich op als behoeders van deze strijd.
Daarbij trommelt een bepaald deel van de rechterzijde vooral Joodse mensen op. Zij lijken de beste waarborg te kunnen geven voor een rechts imago dat weinig met discriminatie geassocieerd wordt, vermits het om mensen gaat die zelf regelmatig gediscrimineerd worden op het vlak van “etnische afkomst” en vooral in de media willen komen als behoeders van de strijd tegen antisemitisme.
Maar jammer genoeg is het zo dat Claude Marinower van de Open Vld en de mensen van het tijdschrift Joods Actueel niet veel begrijpen van hoe de strijd tegen antisemitisme aangepakt moet worden. Door zich in grote mate te keren tegen niet als racistisch bedoelde humor die bepaalde vormen van Joods gedrag op de korrel neemt, maken ze de strijd tegen het antisemitisme (en de andere vormen van racisme) minder populair. Als alles wat een beetje naar discriminatie ruikt meteen in het racistisch of quasi-racistisch verdomhoekje gezet wordt, wordt het des te moeilijk om mensen warm te maken voor deze strijd. Het wordt immers moeilijker om uit te leggen waarom antiracisme belangrijk is.

Dat de strijd tegen antisemitisme allesbehalve aan leden van rechts overgelaten mag worden is duidelijk. Jodenhaat vormt één van de hoekstenen van het Nationaal-socialisme en is één van de beste historische illustraties van dat waartoe racisme allemaal leiden kan, een eeuwenlange haat en vervolging die culmineerde in de verschrikkingen van Auschwitz en andere concentratiekampen. Het antisemitisme is ongeveer even gevaarlijk als haat tegenover kleurlingen. Het is zeker niet een vorm van racisme die opnieuw de kop kan opsteken, het is gewoon dagdagelijkse realiteit in bepaalde kringen. Neo-nazis gebruiken het bijvoorbeeld in grote mate om hun eigen populariteit op te krikken. Politici als Bart De Wever en Jean-Marie Dedecker verzuimen in grote mate het kritiek uiten op vormen van antisemitisme om stemmen te kunnen afsnoepen van het Vlaams Belang.

Binnen links is er al te vaak nogal mak gereageerd op uitingen van antisemitisme. En het ging verder dan dat. Fourier bijvoorbeeld zag Joden als de incarnatie van kapitalisme en karakteriseerde ze als onproduktief, parasitair, bedrog- en verraadvol. Blanqui zag het Judaïsme als oorzaak van een in zijn ogen nog ergere corruptie : Katholicisme.
Pierre-Joseph Proudhon, die bekend staat als grondlegger van het anarchisme, ging nog verder. Van alle gedachten die hij formuleerde, behoren die over de Joden tot de meest ongelukkige. Niet alleen portretteerde hij “de Jood” als de incarnatie van financieel kapitalisme, hij zag hem ook als de vijand van “het menselijk ras”, dat teruggestuurd moest worden naar Azië ofwel uitgeroeid moest worden.
Zo'n uitspaken hebben niets gemeen met de vele interessante opvattingen van sociaal-anarchisten, maar rijmen wel met het parochiaal provincialisme van Proudhon en zijn bekrompen opvattingen over de rol van de vrouw in de samenleving. Bovendien sluiten deze racistische ideeën aan bij de antisemitische opvattingen van de “rechtse anarchist” en schrijver Céline, en de strijd van de (reactionaire) Nationaal-anarchisten, die zich deels beroepen op de ideeën van Proudhon.

Toen de libertaire Mikhail Bakoenin in de 19de eeuw in een hevige strijd verwikkeld geraakte met “de autoritaire” Karl Marx binnen de Eerste Internationale ( een strijd die eindigde met het vertrek van Bakoenin en zijn sympathisanten), had hij nog weinig goede woorden over voor de van Joodse afkomst zijnde Marx, die volgens Bakoenin solidair was met reactionaire Joden. Marx van zijn kant beschuldigde Bakoenin er van er antisemitische opvattingen op na te houden.
Veel later zou de van oorsprong trotskistische schrijver Josef Weber een breuk veroorzaken met zijn leerling Murray Bookchin. Toen Weber na WOII begon te goochelen met de cijfers van de immens grote Jodenvervolging door de Nazi's en opperde dat er geen bewijs was voor de gaskamers, werd zijn kleinburgerlijk antisemitisme duidelijk voor Bookchin. Het resulteerde voor de libertaire Murray Bookchin meteen ook in een definitieve breuk met het trotskisme.
Links is niet immuun voor antisemitische opvattingen, maar is er wel veel meer tegen bestand dan rechts en zeker extreem-rechts. Dat er rechtse mensen zijn die ons nu willen doen geloven dat elke kritiek op de staat Israël en haar beleidsmakers veel met antisemitisme te maken heeft moet ons bezorgd maken over de toekomst van de brede antiracistische beweging. Binnen die beweging hebben zich als links outende grappenmakers en Bert Anciaux trouwens meer een plaats dan Claude Marinower en Jean-Marie Dedecker, politici die weinig doen om een einde te maken aan de discriminatie van niet-blanken door blanken, integendeel.

Wednesday, January 28, 2009

De terugkeer van Koning auto




General Motors produceert te veel wagens. Zoveel auto's dat er naar het schijnt sprake is van een mogelijk faillissement tenzij, na de VS, ook Europese staten GM helpen. De Vlaamse regering zou alvast bereid zijn om een staatswaarborg van 200 tot 300 miljoen euro te geven als reddingspoging voor Opel Antwerpen. Dat is de prijs die de overheid wil betalen voor 3000 op de tocht staande jobs in de auto-industrie.

Van de in de Belgische parlementen vertegenwoordigde partijen wil enkel Groen! voorwaarden aan de staatswaarborg koppelen, het Groene parlementslid Jef Tavernier wil dat Opel Antwerpen milieuvriendelijkere auto's produceert maar stelt de staatswaarborg op zich niet in vraag. Politici zitten dankzij de economische crisis op de knieën voor de auto-industrie, nemen protectionistische maatregelen en laten over het algemeen toe dat nationalisme de internationale arbeidersbeweging verzwakt. De overheidsmaatregelen die men in de Westerse landen neemt komen vooral de eigen auto-industrieën ten goede.

Wie gehoopt had dat de rol van Koning auto stilaan uitgespeeld was in Vlaanderen komt bedrogen uit. Massaal investeren in openbaar busvervoer en de groeiende populariteit van De Lijn helpen niet. Films over de klimaatopwarming als die van Al Gore, Nic Balthazar en (minder gekend) Brian Tokar om milieubewustzijn te verhogen bieden geen soelaas. De vele vraagtekens bij de geplande Oosterweelverbinding in Antwerpen maken het verschil niet. Koning auto staat er weer en kent wel vele narren maar weinig tegenstanders van de mobiliteitsmonarchie.

In Brussel en Antwerpen waren er een jaar geleden per honderd inwoners meer auto's ingeschreven dan in de meeste andere Europese steden. Brussel telde meer dan vijftig auto's en Antwerpen meer dan veertig auto's per honderd inwoners. In een land als België met zijn goedkoop en uitgebreid openbaar vervoersnetwerk betekende dat een kleine ramp. Fijn stof of schade voor het leefmilieu en verkeersonveiligheid in de drukke straten van de grootsteden weerhielden de vele inwoners van Antwerpen en Brussel er niet van om een eigen wagen te hebben. Grootschalig gemotoriseerd verkeer plaatste ons regelmatig in de file en de vervuilde lucht.

Men zou denken dat zo'n situatie mensen er toe aanspoort om het bezit en het gebruik van de auto meer in vraag te stellen. Men zou verwachten dat individuen en groepen in opstand zouden komen tegen de vaak grote afstanden tussen woon- en werkplaats, of dat mensen het openbaar vervoer goedkoper of gratis zouden willen maken. De uitstoot van broeikasgassen door auto's bedreigt mee het voortbestaan van de menselijke soort, en ook nu al lijdt de gezondheid van mensen stevig onder het grootschalige autoverkeer. Hoe meer auto's op de weg, hoe groter de kans op ongevallen ook wordt.

Meer jobs in de auto-industrie betekent niet noodzakelijk minder armoede of welzijn, het betekent vooral meer tijd die vrijkomt voor een mogelijk nuttige tijdsbesteding. Maar het wagenpark blijft het veruit grootste park van Vlaanderen en Brussel, en de lobbygroepen van de mobiliteitsindustrie bestendigen de status quo in de Europese wijk van de Belgische hoofdstad, op het Wereld Economisch Forum in Davos en elders.

Friday, November 28, 2008

Is Vlaanderen rechts?

Steeds minder mensen in Vlaanderen zijn bereid om lid te worden van een partij. De kloof tussen staatkunde en de inwoners van dit land wordt dus steeds groter. De zittende regering beschikt niet over een meerderheid van de inwoners die er achter staat. Zelfregering van de inwoners in gemeenten lijkt niet gigantisch veel minder populair dan deelstaatsregering. Maar hoe rechts is Vlaanderen eigenlijk?

Er wordt vaak beweerd dat Vlaanderen rechts is. De partijen links van CD&V en Open Vld lijken samen slechts goed voor ongeveer een kwart van de stemmen. De samenwerking met Brussel en Wallonië binnen het kader van één natie en staat lijken velen in Vlaanderen te willen verbreken. Partijen als het VB, N-VA en Lijst Dedecker zijn samen goed voor meer dan een derde van de stemmen. En het VB heeft vele jaren zijn stempel gedrukt op de ontwikkelingen.
Daartegenover staat het feit dat België nog steeds niet gebarsten is volgens een traditioneel communautair en identitair scenario, en dat de hoogdagen van het VB wel eens voorgoed voorbij zouden kunnen zijn. De twee grootsteden in Vlaanderen, Antwerpen en Gent, hebben burgemeesters die lid zijn van de sp.a. Wanneer er in Antwerpen geen grote fusie van gemeenten was gekomen en Antwerpen dus kleiner gebleven was, hadden we nu misschien ook twee centrum-linkse meerderheden in de grootsteden gehad. Maar zoiets blijft natuurlijk speculatie. Grootstad Antwerpen is één van de meest multiculturele grootsteden in de wereld. Het intercultureel karakter ontbreekt vooralsnog, maar elk begin is moeilijk.
Vlaanderen is op industrieel-kapitalistische leest geschoeid, en zit in de top tien van rijkste regio's in de wereld, het ideaal van consumentisme is overheersend. Daartegenover staat het feit dat de koopkracht van veel inwoners klein blijft, dat de syndiceringsgraad zeer hoog is en dat zelfs veel mensen die onlangs extreem-rechts stemden toch gesyndiceerd blijven. Ook het medialandschap is niet uitsluitend een kwestie van bedrijfsbeheer en verkoopcijfers.
De “politieke cultuur” in Vlaanderen is naar West-europese normen dus niet uitgesproken rechts. Indien we politiek in de ruime zin van het woord interpreteren (dus inclusief het verenigingsleven, de discussiecultuur en het staatkundig reilen en zeilen) is Vlaanderen ongeveer even rechts of even weinig rechts als Frankrijk, Duitsland, Nederland of Engeland. We kunnen zelfs gewagen van een duidelijk minder rechts klimaat in de Benelux dan in de rest van de West-europese landen.
Dit is geen pleidooi voor chauvinisme, er is niks om trots op te zijn eigenlijk, maar het heeft geen zin om te vervallen in defaitisme of fatalisme. Indien politici het steeds maar weer hebben over het gevaar van populisme en verrechtsing in Vlaanderen, kan dit bij momenten tot een ogenschijnlijke legitimatie voor een centrum-rechts beleid leiden. Als populisme slechts rechts is, en Vlaanderen ook... dan is een centrum-rechts beleid volgens vele “progressieven” misschien zo slecht nog niet. Als Vlaanderen en haar bevolking rechts is, dan wordt een centrum-rechts beleid “progressief” (zoals de Open Vld zichzelf trouwens ook noemt).
Bovendien is het vertrouwen in politici en partijen gelukkig niet altijd even groot. De bezigheden van kunstenaars, mediafiguren en het middenveld kunnen vaak op meer krediet rekenen dan de mediageile stunten van veel politici. Het sukses van het VB is vooral electoraal van aard geweest. Het aantal lidmaatschappen van de partij was en is weliswaar schandelijk groot, maar een massabeweging is extreem-rechts vooralsnog niet geworden in Vlaanderen.
Bovendien is er binnen het partijlandschap een verschuiving aan de gang die tijdens de Vlaamse parlementsverkiezingen van volgende zomer weleens voor verassingen zou kunnen zorgen. Ook al blijft het vooral markteconomische éénheidsworst, de verschuivingen in het partijlandschap en het einde van de kartels maakt de uitslag van 6 juni onvoorspelbaar en belangrijk genoeg om in het oog te houden. Indien er links van CD&V en Open Vld vier of vijf partijen ontstaan, dan zouden zij op termijn weleens samen bijna evenveel stemmen kunnen behalen als vergelijkbare partijen en bewegingen in de ons omringende regio's. De electorale dominantie van de sp.a top lijkt immers voorlopig gebroken, en dat is maar goed ook.
Of die potentiële partijen ook veel leden gaan aantrekken is echter maar de vraag. In een televisiedemocratie als de Belgische draait er nog weinig om het belang van partijmilitanten. En veel links-progressieve mensen hebben terecht genoeg van het (over het algemeen) zootje ongeregeld dat hen verzoekt om ze te helpen in het parlement te geraken.

Thursday, October 30, 2008

De groeiende populariteit van libertijns rechts

Pim Fortuyn, Jean-Marie Dedecker, Jurgen Verstrepen, Nicolas Sarkozy,... het zijn bekende rechtse politici die afscheid nemen van een oud conservatisme. Hun strategie is nieuw-rechts : ingaan tegen feminisme, klassieke relatievormen en fatsoensrakkerij, waarbij ze individuele vrijheid loskoppelen van collectieve vrijheid.

Het electorale suksesverhaal van libertijns rechts kent hoogtepunten en dalen. Maar wat opvalt is dat het in het westelijke deel van Europa een doorbraak kent. Het begon in Nederland met Pim Fortuyn die dark rooms bezocht, en een pornobaas die later op Fortuyn zijn verkiezingslijst werd verkozen tot kamerlid. Het breidde zich uit tot in Vlaanderen, Frankrijk en Oostenrijk (waar onlangs bekend werd dat de nu dode Jorg Haider een verzwegen buitenechtelijke relatie had met zijn naaste medewerker). De libertijnse leefstijl gaat bizarre verbindingen aan met het meest autoritaire deel van rechts.
Zoals ik al duidelijk maakte, kent het verhaal hoogte- en dieptepunten. Pim Fortuyn werd vlak na zijn dood het meest suksesvol op electoraal vlak, maar die populariteit deemsterde daarna weer weg doordat zijn partij uiteenviel in verschillende met elkaar ruzie makende kampen.
President Sarkozy werd door Fransen lange tijd verweten dat hij teveel bezig was met zijn libertijnse vriendin Carla Bruni in plaats van met beleid, waardoor hij een dieptepunt in zijn toch nog bij veel Fransen grote populariteit kende.
Jean-Marie Dedecker en Jurgen Verstrepen doen mensen geloven dat ze libertair zijn, maar in werkelijkheid zijn ze autoritair en libertijns. En wanneer dit ooit duidelijker wordt is het nog maar de vraag of het van traditie conservatieve Vlaanderen zo gemakkelijk zal volgen.
Dat Verstrepen graag naaktfoto's van al dan niet met elkaar vrijende “babes” (16+) op zijn website zet, is tot nog toe weinig geweten. Dat Dedecker iedereen wil laten geloven dat hij op ethisch vlak volledig links is, is een puur staaltje van demagogie of onwetendheid als het over ethiek gaat.
Dat Dedecker de mate van vrijheid afmeet aan de snelheid waarmee hij op de openbare weg kan autoracen is een beetje geweten, waar de rest van zijn partij voor staat nauwelijks. Als Dedecker zijn lijst ooit wordt opgenomen in het bestuur van een belangrijk overheidsorgaan is het nog maar de vraag of deze donkerblauwe versie van Jean-Pierre Van Rossem zijn partij op één lijn of bijeen kan houden. Dedecker zijn populariteit staat of valt immers misschien volledig met zijn oppositierol.

Al dit libertijns gedweep met rechts steekt schril af tegen het conservatisme van premiers Balkenende en Leterme (of de broers Van Rompuy in de CD&V), het puritanisme van een Alexandra Colen (VB) of de familiewaarden van Duitse leading lady Angela Merkel. En toch ook weer niet, want conservatief en klassiek rechts is al even weinig geïnteresseerd in links feminisme en verzet tegen patriarchaat als Dedecker en co.
In feite is er binnen conservatief rechts al zeer lang een grotendeels verborgen gehouden libertijnse agenda aanwezig. Het gaat om de in het duister gehulde wereld van de call-girls en de hoerenloperij, de vetbetaalde minaressen en de sigaren van Bill Clinton. Er zijn er die het schemerlicht beu zijn en naar buiten willen treden met hun seksuele verlangens, maar de publieke opinie wil niet volledig mee. Het verzet blijft in grote mate van de vrouwen in de maatschappij komen, die binnen libertijns rechts slechts een tweederangsrol mogen spelen.

Thursday, September 4, 2008

Het reformisme van Red de solidariteit

De lijst van progressieve ondertekenaars van de nieuwe oproep die Red de solidariteit en de Vooruitgroep op indymedia.be plaatsen is lang en indrukwekkend. Veel intellectuelen en academici zien het staatsconfederalisme als mogelijk laatste halte op weg naar de communautaure splitsing.

In “Oproep van Nederlandstalige en Franstalige progressieven. Confederalisme: laatste halte voor de splitsing?” maken de intellectuelen en academici duidelijk dat ze niet willen afstevenen op een splitsing van het land. Daarmee flirten ze in grote mate met het belgicisme, zonder daarmee openlijk een kritiek te uiten op de rechtse strekkingen binnen het belgicisme. Nochtans zijn die conservatieve en ultraconservatieve strekkingen doorheen de Belgische geschiedenis allesbehalve marginaal geweest. Dit hoeft ons niet te verwonderen.
Rechtse leiders kan het nu eenmaal weinig schelen of ze veel invloed kunnen uitoefenen in een Belgische staat en zijn deelstaten, of in een Vlaamse staat, zolang ze maar veel macht hebben.
Inspraak vanuit niet-communautaire regio's en kringen van progressieve armen (inderdaad, die vindt men niet zo snel terug in academische kringen) wordt binnen een Belgische of Vlaamse staatscontext weinig geduld. Ik ben dan ook bijna even weinig geïnteresseerd in het voortbestaan van een Belgische staat en zijn deelstaten dan in de totstandkoming van een Vlaamse staat. Bovendien vind ik het op het eerste zicht vrij zinloos om bijvoorbeeld een solidariteit tussen de Vlaamse en de Waalse regio te propageren, vermits die regio's allebei rijk genoeg zijn om er duurzame economieën op te bouwen.
Red de solidariteit en de Vooruitgroep hebben het in de oproep altijd weer over een solidariteit die tussen rijkere en armere regio's in dit land moet behouden blijven, zonder daarbij te reppen over een solidariteit die opgezet moet worden met de armste regio's in de wereld. Waarom wordt er bijvoorbeeld in de tekst met geen woord gerept over de arme Mexicaanse regio Chiapas? In Chiapas heeft de inmenging van de Mexicaanse overheid en zijn leger tijdens de laatste vijftien jaar tot erg schrijnende toestanden geleid, die enkel een beetje konden gekeerd werden doordat de linkse Zapatistenbeweging er zich in grote mate ging concentreren op de uitbouw van een eigen alternatieve economie en meer rechtstreekse vormen van democratie.
Dat veel intellectuelen en academici zichzelf vandaag opsluiten in een steriel debat omtrent de regio's die er in België zijn (en hun toekomst), zonder daarbij openlijk marktkapitalisme of staatskapitalisme te bekritiseren, is meer dan jammer.
Zelf zie ik het als tijdverlies om daaraan mee te werken. Ik vind me even veel of even weinig terug in het progressief belgicisme van een Jan Blommaert of een Eddy Boutmans dan in het progressief flamingantisme van een Ludo Abicht. Dat links-utopisch denken intussen wordt gemarginaliseerd binnen de iets meer radicale linkerzijde, vooral dankzij de invloeden van marxisme en progressief postmodernisme, is een jammere zaak. We weten echter waar links reformisme uiteindelijk toe kan leiden, of is het hier misschien nodig om de zwanezang van Agalev te beschrijven en de volkomen marginale positie van de huidige Pvda?

Saturday, August 23, 2008

Het Vlaams-conservatisme van Matthias Storme

Advocaat en professor Recht Matthias Storme is goed op weg om één van de bekendste opiniemakers in Vlaanderen te worden. Niet alleen is hij, samen met zijn kompaan Igor Rogiers, één van de belangrijkste juridische voorvechters van het behoud van het dorp Doel, ook op het vlak van democratie en het gebrek daaraan is hij een navolger van nieuwe spraakmakende trends.





Storme, lid van één van de meest rechtse denktanks in België (Nova Civitas), zegt niet alleen voorstander te zijn van “vrijheid van meningsuiting” en “directe democratie”, hij wil ook “een verregaand federalisme, met zeer veel autonomie voor lokale gemeenschappen”. Oh ja, wat is daar dan rechts aan (wilt u misschien weten)? Is dat niet eerder libertair?
Nee, Storme is niets anders dan een conservatieve en Vlaams-regionalistische libertariër (lees : rechts-liberaal) en moet daarom meer dan gewantrouwd worden.
Zijn nieuw-rechtse pogingen om de linkerzijde op te vrijen met zijn “intellectuele” prietpraat worden afgewisseld met uitspraken als "Ik vind dat het nu bijna een morele plicht is om voor het Vlaams Blok te stemmen". Een uitspraak die hij niet zo lang geleden deed om de antidiscriminatiewetgeving te bestrijden. Toen het Vlaams Blok wegens racisme veroordeeld werd, zag hij daar immers een hatelijke aanslag tegen de vrije meningsuiting in. Storme : “Ik ben een conservatief in die zin dat ik de macht wantrouw. Ik denk dat je macht zoveel mogelijk moet verdelen.”

Laat ons eens bekijken wat Storme tijdens de afgelopen jaren nog heeft beweerd. Matthias Storme heeft een absolute afkeer van universele regels die aan iedereen worden opgelegd : “Een samenleving bestaat bij trial and error. Als je verschillende kleine autonome gemeenschappen hebt is de kans dat abusieve regels een grote invloed kennen veel kleiner. Ik heb vertrouwen in het gezond verstand van de bevolking op voorwaarde dat de inspraak van de bevolking op een correcte wijze wordt geïnstitutionaliseerd. Een directe democratie moet ingebed zijn in verantwoordelijkheid van de bevolking, zoals in Zwitserland.”
In Zwitserland is er echter helemaal geen directe democratie, maar is er net als bij ons, een televisiedemocratie, waarbij de grote macht van een parlement af en toe wordt bijgestuurd door via massamedia manipuleerbare referenda.

Storme is katholiek en voorvechter van de Vlaamse onafhankelijkheidsgedachte. Hij gaat er van uit dat Europa een identiteitscrisis beleeft en zet zich af tegen het lage geboortecijfer, de crisis van het christelijke geloof en de immigratie van niet-Europeanen. Storme vindt dat een onafhankelijk Vlaanderen beter gewapend is om uitdagingen aan te gaan.
Matthias Storme: ”Kleine en homogene staten kunnen de problemen beter aan. Een zelfstandig Vlaanderen kan een efficiëntere overheid hebben, met meer kansen op directe democratie. Bovendien komt het dan tot een politieke hergroepering, met de vorming van een grote conservatieve partij.” Storme droomt blijkbaar van een soort Forza Flandria, wellicht één die minder rechts is dan diegene die Filip Dewinter in gedachten heeft maar allicht wel één die katholieker van aard is.
Matthias Storme: “De grotere cohesie in de samenleving zal de inburgering van nieuwkomers bevorderen. Want voor inburgering heb je ‘Leitkultur’ nodig, terwijl het Belgische model vooral het multiculturalisme verdedigt. Om dit land in stand te houden, huldigt men een ideologie die culturele identiteit negeert, en daarom meer naar nihilisme neigt.” Wanneer Storme over nihilisme spreekt moeten we echter eerder denken aan een gebrek aan traditionele waarden en normen.
Storme : “Naar buiten uit helpt staatsvorming de Vlaamse belangen beter verdedigen. Om in de EU te tellen moet je een staat zijn: de eisen van Basken en Catalanen worden geneutraliseerd, maar de Letten, de Litouwers en de Esten tellen wel. Omdat ze een staat zijn.
Eens de onafhankelijkheid gerealiseerd, wordt het tijd voor een levensbeschouwelijk offensief.’’

Storme wil dan ook in de eerste plaats de klok terugdraaien en bewegingen ondersteunen die dat idee van meer “Vlaamse autonomie” genegen zijn. Zijn steun voor het dorp Doel, als advokaat van Doel 2020, moet ook in dat licht bekeken worden. Pas toen de tijd begon te dringen voor de bewoners van het dorp Doel, werd steeds meer de hulp ingeroepen van progressieve krachten door Doel 2020. Pas toen de strijd voor Doel genoeg in conservatieve handen was, kon links mee op de kar springen.
Doel 2020 laat in zijn perswerking echter in de eerste plaats uitschijnen dat het vooral met de juridische strijd bezig is. Vermits Doel een dorp is, is het voor bewoners van het dorp Doel extra moeilijk om de strategie van Doel 2020 te bekritiseren. Kritiek op Doel 2020 en de advokaten die dit comité ter beschikking heeft kan het immers moeilijker maken om rustig te blijven wonen in Doel, zonder burenruzies of afbraakwerken. Bepaalde juridische kwesties voor de bewoners van Doel worden in één proces geregeld. Storme en Doel 2020 hebben dan ook een vrij grote greep op de externe communicatie wat het dorp Doel betreft.
Matthias Storme pleit als rechtse liberaal/libertariër voor een kleine overheid, die economische vrijheden van bourgeois beschermt en de verantwoordelijkheid bij “burgers” legt. Storme : “Eenmaal de Vlaamse regering nationale bevoegdheden krijgt, kan ze op haar beurt bevoegdheden overhevelen naar het niveau van de gemeente.’’ Denemarken en Zwitserland zijn zijn voorbeelden, niet toevallig twee van de meest rechtse landen in West-Europa, waar er niet eens veel gemeentelijke inspraak is, en zeker niet wanneer het over dingen gaat die links-alternatieve kringen kunnen ondersteunen. “Nu is de EU een groot België. Het moet een groot Zwitserland worden.’’

Hoe is Matthias Storme dan bij de kwestie Doel betrokken geraakt? In 2001, toen Doel nog een rustig en conservatief dorp was, verklaarde hij :"Doel 2020 is een organisatie van inwoners van Doel en van de polders. De vereniging heeft mij als advocaat geraadpleegd wegens mijn kennis van het Europees Recht. Ik behandel als advocaat de belangen van mijn clienten. Ik verdedig hen in eer en geweten zoals ik ook grote Antwerpse bedrijven verdedig." Als advocaat van een 25-tal inwoners van Doel slaagde hij er in om eerder dat jaar de werken aan het Deurganckdok te laten stilleggen.
In 2002 behaalden Storme en Doel 2020 een nog grotere overwinning in hun juridische strijd. Bovendien konden ze zich daarna steeds weer wentelen in een slachtofferrol door de strijd voor het behoud van het dorp te blijven aangaan. Sympathie uitlokken voor slachtoffers van overheidsmaatregelen is een beproefd concept in conservatieve kringen. Dat ecologisch-progressieve mensen daarin gaan blijven trappen? We zullen zien. In deze tijden van extreem reformisme binnen “links”, zoals we dat ook terugvinden bij Caroline Gennez en Patrick Janssens, hebben we in grote mate nood aan een radicalisering van de links-ecologische beweging. De groene beweging moet linkser worden, rechts heeft er al genoeg zijn stempel op gezet.

Wat maakt iemand anarchistisch?

Volgens mij heeft het vooral met een gevoel te maken ergens bij te horen. Als men zich weinig thuis voelt in de anarchistische beweging gaat...