Thursday, July 3, 2008

Bedenkingen bij de G8-top in Japan



De volgende G8-top vindt deze week plaats, van 7 tot 9 juli. Waar gaat dit over? Een kort overzicht... (Foto : de dood van Carlo Giuliani)


De Groep van Acht (G8) is een coalitie van de acht (invloed)rijkste landen ter wereld: de Verenigde Staten, Japan, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Italië, Canada, en Rusland zijn... de Grootste 8. Het geheel van de G8, 'vertegenwoordigde' vorig jaar 66,5% van de wereldeconomie, terwijl de staten slechts 13,5% van de wereldbevolking 'vertegenwoordigden'. We hebben het dan nog niet over de schijndemocratieën die in deze landen zelf hoogtij vieren.
De staatshoofden van de acht landen komen elk jaar bijeen op een top, nadat ministeries onderwerpen als “de gezondheid, de opvoeding, veiligheid, de energie, het milieu en de rechtvaardigheid” hebben voorbereid. Na afloop worden er besluiten genomen over deze materies. Volgens activist en schrijver Walden Bello was de G8 aanvankelijk bedacht, eerst eigenlijk als G7 in 1975, “om een soort coördinerend comité te vormen van de meest dominante kapitalistische landen, om zodoende een gemeenschappelijke strategie uit te werken naar het Zuiden toe en naar de zwakkere landen in het algemeen”. De bijeenkomsten van de G8 lijken echter steeds meer een ritueel te worden, één dat dient om het imago van de G8 op te smukken, waardoor activisten dit imago weer moeten besmeuren.
De Grote 8 zeggen nu iets aan de klimaatsverandering te willen doen, maar het echte idee is volgens Bello “hoe ze hun economische groei voort kunnen zetten terwijl ze symbolische en weinig serieuze inspanningen doen om hun emissie van broeikasgassen terug te dringen”. De G8 blijft iets hebben van een informeel hoofdkantoor van mondiale kapitalisten. De groep zoekt de beste manier om dit mondiale kapitalisme te laten draaien. De G8 is niet alleen een ondemocratische club, het is ook een groep die de armoede in de wereld volop in stand houdt.
De komende top in Japan is om verschillende redenen mischien wel de minst democratische van alle G8-bijeenkomsten. Niet alleen heeft de G8 steeds meer een imagoprobleem, waardoor het zijn eigen macht niet weet te legitimeren naar de wereld toe, de top vindt dit jaar ook plaats in Azië, terwijl het toch vooral een Westerse groep is en helemaal niet een Oosterse. Japan werpt zich wat op als vertegenwoordiger van Azië, terwijl bijna niemand in de wereld weet wat er in Japan gebeurt en waar de Japanse regering voor staat. Bovendien is Azië veel groter dan het relatief kleine land Japan, waar het opbouwen van een linkse tegenbeweging nog meer wordt tegengewerkt dan in de Westerse landen.
De meest omstreden G8-top is nog steeds die van in Genua (Italië), in 2001, toen de demonstrant Carlo Giuliani door de politie werd gedood. Een politieman heeft vorig jaar ook erkend dat agenten tijdens de G8-top in Genua een groep demonstranten in een school ernstig hebben mishandeld. De school leek achteraf op een 'Mexicaanse slagerswinkel', zei de man vorig jaar tijdens een proces tegen 29 agenten in Genua. "Agenten sloegen weerloze mensen. Vier agenten sloegen een meisje in elkaar wier hoofd openlag. Ze lag op de grond in een plas bloed", zei de politieman. Hij was één van de aangeklaagden. Tevens zei hij tot dan toe te hebben gezwegen uit schaamte en loyaliteit aan de politie.
De activisten werden in 2001 uit hun slaap gerukt en onophoudelijk en tot bloedens toe geslagen op het hoofd, de milt en de ledematen. Van de 93 gearresteerden werden 72 activisten zwaar gewond. Om het bloedblad te verantwoorden smokkelden hoge politiefunctionarissen kort na de feiten 2 molotovcocktails de school binnen, hetgeen gefilmd werd. De politie organiseerde ook een schijngevecht - een aanval met een mes op een politieman - dat als voorwendsel moest dienen voor de gewelddadige inval in de Diaz school.

Sunday, June 29, 2008

Sociale ecologie en post-schaarste

Vanaf nu online, twee teksten in het Nederlands die voorheen moeilijk vindbaar waren:

“Malé není vzdy krásné: Rozhovor s Murray Bookchinem,” interview by David Vanek, Aug. 2000
translated into Dutch as “Het sociale vraagstuk van de ecologie. Interview met Murray Bookchin”, translated by Filip Vanden Berghe, in De Nar. Anarchistisch actieblad. no. 172. Aug. 2002, pp 18-22

“Post-Scarcity Anarchism,” written Oct. 1967 - Dec. 1968
translated into Dutch as “Anarchisme in het tijdperk na de schaarste,” in Ekologie en anarchisme (1977)

Allebei de teksten zijn hier terug te vinden.

Sunday, June 22, 2008

Murray Bookchin en het libertair municipalisme

Vanaf nu online:


“Radical Politics in an Era of Advanced Capitalism,” Green Perspectives, no. 18 (Nov. 1989) (a revised version of “Society, Politics, and the State”)
translated into Dutch as “Radicale politiek in een tijdperk van voortdurend kapitalisme,” by Simon Radius, in De AS: Anarchistisch Tijdschrift [Rotterdam] 91 (Jul.-Sept. 1990)

“The Meaning of Confederalism,” written Nov. 3, 1990
translated into Dutch as “De betekenis van het Confederalisme,” in De AS: Anarchistisch Tijdschrift [Rotterdam] 93 (Jan.-Mar. 1991)

Allebei de teksten zijn hier terug te vinden.


“Libertarian Municipalism: An Overview,” introduction to Readings in Libertarian Municipalism (Burlington, Vt.: Social Ecology Project, 1991), written Apr. 3, 1991
translated into Dutch as “Libertair Municipalisme: Een Overzicht,” by Ferd. v.d. Bruggen, in De AS, no. 107 (Summer 1994), pp. 18-25

Dat is de tekst van Murray Bookchin die, samen met het boek van Janet Biehl over libertair municipalisme, het beste zijn politieke filosofie op het einde van de vorige eeuw weergeeft. Hij is hier terug te vinden.

Deze in het Nederlands vertaalde en gescande teksten van Murray Bookchin zijn zeker de moeite waard om te lezen...

Saturday, June 7, 2008

Lijst Dedecker : de televisiedemocratie in opmars

De partij van Jean-Marie Dedecker zit in een groeifase. In een recente peiling nadert Lijst Dedecker inmiddels de kaap van 10 procent, het VB light zit in de lift. Is de partij ook democratisch? Als we het partijprogramma mogen geloven wel, maar wat is de werkelijkheid?



Wie Dedecker bezig ziet op televisie en in tijdschriften merkt dat hij relatief weinig vertelt over het bestuur dat hij wil voor Vlaanderen. Wat er dus vooral naar voor komt is de wens om Vlaanderen meer “autonomie” te geven, lees : economisch gezien minder last te laten hebben van het iets minder rijke Wallonië. Toch vinden we op de website van Lijst Dedecker een aantal denkpistes terug omtrent bestuur in het ingekorte partijprogramma.
In het binnenlands bestuur wil Lijst Dedecker de provincies afschaffen en vervangen door Stads- en
Streekgewesten. “Provincies zijn constructies van de 18de eeuw waarvan het nut volkomen achterhaald is sinds het ontstaan van de federale staat en de gewesten. Het bestaan van provincies
leidt tot beleidsoverlappingen en mede hierdoor tot extra overbodige belastingen. (...) Samenwerking tussen de Stads- en Streekgewesten zou via het Vlaamse Gewest verlopen.” Met andere woorden : Dedecker wil niet alleen naar Amerikaanse toestanden evolueren in Vlaanderen, met Jean-Marie Dedecker als een soort van president met enorm veel macht omdat hij alle media-aandacht naar zich toetrekt, hij wil ook nog eens een dure bestuursreorganisatie die op een zo rechts mogelijke lijst geschoeid wordt. Het economisch belangrijkste gebied in Vlaanderen, de grootstad Antwerpen (met o.a. haar haven en diamantsector) moet bijvoorbeeld ingepast worden in een zo rechts mogelijk gewest dat naar de pijpen danst van Dedecker en zijn regering.

“Een stads- of streekgewest is een gebied van de juiste dimensie. Het kan meer maatwerk leveren en leidt tot minder bureaucratie en lagere kosten.” Lagere kosten? Op termijn wel, maar hoe lang gaat dat duren vooraleer die bestuursreorganisatie er is? Het bedrijfsleven kan er geld mee verdienen ja, maar wat hebben armer er aan? Niets dus, integendeel.
“Het Streekgewest is dan nog specifiek opgebouwd rond regio’s die ook als dusdanig als een sociologische realiteit worden ervaren door de burgers.” Met andere woorden : Dedecker streeft naar een traditionalistische invulling van de bestuursrealiteit, waarbij bestaande gemeenschapsidentiteiten volop een rol spelen. Wil Dedecker af van het bekrompen provincialisme en regionalisme? Nee, hij wil enkel af van provincies. Regionalisme moet daarentegen versterkt worden.

Lijst Dedecker laat ook uitschijnen dat het voor directe democratie gewonnen is. Het begrijpt directe democratie als volgt : “Directe democratie duidt op het principe of een instrument waarbij de burgers hun soevereiniteit rechtstreeks uitoefenen in plaats van via verkozen vertegenwoordigers (representatieve democratie).”
Opvallend in deze omschrijving zijn de termen “burgers” en “soevereiniteit”. De term burger heeft iets elitairs, hij doet nogal denken aan burgerij en “burgerlijk”. Het lijdt geen twijfel dat Dedecker een verdere verburgerlijking van de samenleving wil, een elitaire bedoening waarbij het maatschappelijk debat in grote mate gestuurd wordt door leden van de rijke burgerij en de in grote mate door hen gecontroleerde media. En wat daar direct democratisch aan is zou ik echt niet weten. Lijst Dedecker verkoopt dan ook weer zever in pakskes.
“Als we het over directe democratie hebben dan gaat het niet over zoiets als een 'volksraadpleging'. Het volk raadplegen is iets voor de machthebbers, in een democratie is de bevolking de uiteindelijke machthebber, en die moet dus niet 'geraadpleegd' worden, die kan zelf beslissen.” Dat is dus de soevereiniteit waar men het over heeft bij Lijst Dedecker. De term “volk” lijkt er een grote rol in te spelen. Dedecker en co. streven naar volkssoevereiniteit, daarbij wordt solidariteit met andere volkeren zoveel mogelijk vermeden, tenzij het bijdraagt tot die Vlaamse soevereiniteit. Lijst Dedecker wil markteconomisch gezien zo sterk staan dat Vlaanderen weinig afhankelijk wordt van de economische situatie in andere regio's dan Vlaanderen.

Lijst Dedecker : “Directe democratie gaat over het Bindend Referendum Op Volksinitiatief (BROV), wat een Nederlandstalige verzamelterm is voor het 'Volksinitiatief' (de bevolking dient zelf een wetsvoorstel in) en het 'Referendum' (dat ook 'op volksinitiatief' is maar dat een door het parlement gestemde wet tegenhoudt).”
Steeds weer speelt “het volk” een belangrijke rol in het discours van de partij. Nationale en Vlaamse identiteit worden onlosmakelijk verbonden met de term “democratie”, waardoor die term een zeer oude invulling krijgt die doet denken aan de Oude Grieken en Romeinen. Bij de Romeinen verloor de term democratie trouwens zijn oorpronkelijke, directe karakter en werd nog meer elitair. Het was niet alleen het “eigen volk” dat besliste over dingen, het beslissen gebeurde ook binnen de bestuurscontext van een duidelijk centralistisch staatsbestel. Het staatsbestel dat Lijst Dedecker wil doet erg denken aan dat van de Romeinen, meer nog dan aan de bestuursmodellen van de Oude Grieken.

Lijst Dedecker : “Wij willen de onmiddellijke invoering van democratie naar Zwitsers model. De relevante grondwetsartikelen moeten meteen voor herziening vatbaar verklaard worden. Aan grondwetsherzieningen en aan de overdracht van bevoegdheden aan de EU moet een breed democratisch debat voorafgaan en beslist worden bij referendum.”
Directe democratie is volgens mij een levendig principe, dat niet stil bleef staan bij het oude Athene of Zwitserland en termen als “volk” of “referendum”, maar daarentegen met de tijd evolueerde naar een modern, links en humanistisch begrip.
Lijst Dedecker verwart duidelijk het principe van directe democratie met het principe van televisiedemocratie. Televisiedemocratie leeft bij de idee van de invoering van volksraadplegingen of referenda, waarbij voorkeuren en maatschappelijk debat gereduceerd worden tot een simpel ja of nee stemmen, en dure verkiezingscampagnes inspelen op parlementsverkiezingen, televisiepropaganda, het discours van opiniemakers die aandacht krijgen in massamedia, en volksraadplegingen waarvan het resultaat gemanipuleerd wordt door de beelden die massamedia voorschotelen. “Geen enkel onderwerp is taboe. Ook communautaire aangelegenheden moeten bij referendum beslist kunnen worden”, laat Lijst Dedecker weten. Alsof communautaire aangelegenheden taboe zijn, men hoort over niks anders.

Lijst Dedecker : “Ook het wetinitiatief moet ingevoerd worden. Het gaat om een tekst met de waarde van een wetsvoorstel of wetsontwerp, dat aan het bevoegde parlement wordt voorgelegd zo het is ondertekend door 10.000 mensen.” Met andere woorden : wie het geld heeft om een wetinitatief op te starten, zal gehoord worden. Wie er geen geld voor heeft zal eerst veel geld moeten verzamelen alvorens gehoord te worden.

Lijst Dedecker : “De allereerste hervorming waar we aan toe zijn is de afschaffing van de stemplicht en de invoering van een stemrecht.
Wij willen de lijststem en de opvolgerlijsten afschaffen. Enkel nog naamstemmen kunnen worden uitgebracht.
Een opener kandidaatstellingsprocedure binnen de politieke partijen is het verlengstuk van de rechtstreekse verkiezing van de parlementsleden en de andere mandatarissen. Wij willen de kiesdrempel afschaffen.”
Met andere woorden : wie aan parlementsverkiezingen wil deelnemen moet niet alleen zo veel mogelijk Bekende Vlamingen op de eigen lijst hebben, men moet ook mensen er toe verleiden naar de stembus te trekken en men hoeft zelfs niet eens de kiesdrempel te halen. Wie in vijf minuten Bekende Vlaming wordt, kan misschien meteen in het parlement gaan zitten. Waar hebben we dat nog gezien, Bekende Vlamingen in het parlement? Er is een partij die leeft van de populariteit van BV's, die partij heet Lijst Dedecker. Er is een partij die electoraal groeit mede dankzij de personencultus en de verdediging van “het recht op vrije meningsuiting” via massamedia om het Centrum voor Gelijke Kansen en Racismebestrijding af te kunnen schaffen. Die partij is niet langer het VB maar een VB light, die partij heet Lijst Dedecker.

Rafa Grinfeld

Friday, May 16, 2008

Is de sluiting van de Antwerpse Ring voor binnenkort?


De Antwerpse gemeenteraad bespreekt maandag uitgebreid dit superdure project (zie de fluorgroene lijn op het kaartje).






De Oosterweelverbinding is het nieuwe megalomane project voor de grootstad Antwerpen. Wat is het plan? Een nieuwe toltunnel onder de Schelde en een viaduct ten noorden van het Eilandje zullen in 2011 de Antwerpse Ring volledig rond maken. De Oosterweelverbinding is een project van de Vlaamse overheid, kost miljarden euro's en moet er zogenaamd mee voor zorgen dat de stad en de haven vlot bereikbaar blijven. Linkse ecologisten in Vlaanderen bestrijden al sinds jaar en dag dit plan. Het besef was er al van in het begin dat nieuwe infrastructuurprojecten als dat van de “sluiting van de Kleine Ring” alleen maar meer gemotoriseerd verkeer als dat van auto's en vrachtwagens in en rond Antwerpen-stad opleveren.
In het jaar 2000 kwamen er dan ook al acties op gang binnen links-ecologische kringen, mee ondersteund vanuit het Antwerpse centrum Elcker-ik. Het voornaamste wapenfeit werd al gauw een door de 'eco-libertaire' Werkgroep Wildgroei georganiseerd kort actiekamp aan het Antwerpse Noordkasteel, een groen gebied dat dankzij de Oosterweelverbinding dreigde te verdwijnen. Tijdens het eerste weekend van september 2000 kraakte Werkgroep Wildgroei daarom het Noordkasteel. Het door sociale ecologie geïnspireerde Wildgroei zette er haar tenten op bij de start van een nieuw actiekamp: "Uit de ban van de Ring". Men ondernam voor en tijdens het weekend verschillende acties tegen de geplande uitbreiding van de Kleine Ring.
Wildgroei: “Als de Staten-Generaal van de Antwerpse mobiliteitsproblematiek haar zin krijgt, passeert de Oosterweelverbinding met een viaduct door en langs het park van het voormalige Noordkasteel, in vogelvlucht nauwelijks 2 kilometer van de Grote Markt van Antwerpen.” Het parkgebied van het Noordkasteel zou zijn functie totaal verliezen en kon dus als verloren beschouwd worden, dat was toen al duidelijk.
Wildgroei vroeg eveneens om een oplossing voor het fileprobleem. Maar bij het zoeken naar oplossingen voor de files mocht men “de andere problemen die het gemotoriseerd verkeer met zich meebrengt”, zoals luchtverontreiniging, klimaatswijziging, ademhalingsproblemen bij Antwerpse zuigelingen, geluidsoverlast, enz. niet uit het oog verliezen. Wildgroei pleitte dan ook voor een verkeersterugdringend beleid. “Volgens ons is de uitdaging voor de toekomst het verkeer te beheersen en zelfs te verminderen binnen de bestaande infrastructuur. Alleen op die manier kunnen we de werkelijke problemen van het verkeer echt aanpakken.”
Na de acties van Werkgroep Wildgroei waren het vooral de acties van de Antwerpse StRaten-generaal die het probleem duidelijk moesten maken. Van een door de StRaten-Generaal voorgesteld alternatief tracé voor het gemotoriseerd verkeer, een tracé dat weinig of geen schade zou toebrengen aan het Antwerpse natuurgebied, wou men bij de Vlaamse overheid echter niet weten. De sluiting van de Antwerpse Ring lijkt dan ook steeds meer dichterbij te komen.
De nu geplande Oosterweelverbinding is tien kilometer lang en omvat een tunnel onder de Schelde en een brug, de “Lange Wapper”, ten noorden van het Antwerpse Eilandje, een aldus bedreigde stadswijk waarin het nochtans steeds aangenamer vertoeven wordt dankzij de heropleving van Antwerpen-noord. De Oosterweeltunnel duikt in het midden van belangrijk natuurgebied op de Antwerpse linkeroever (tussen het Sint-Annabos en Blokkersdijk) onder de Schelde, om vervolgens op de rechteroever (ter hoogte van het kerkje van Oosterweel) bovengronds te verschijnen. Het verkeer dat door de tunnel wil, zal hiervoor moeten betalen op tolpleinen die op Linkeroever komen te liggen. Het zal er de Antwerpse Linkeroever, met zijn anonieme woonblokken en hoogbouw, alleen maar troostelozer op maken.
Het project staat niet alleen ter discussie omwille van de steeds hogere kostprijs en de gebrekkige communicatie over het geheel. Vanuit verschillende kringen wordt er ook kritiek geuit op overduidelijke tekorten inzake verkeersveiligheid, de fijn stof problematiek en de gevolgen voor de grootstedelijke ontwikkeling en leefkwaliteit. Maandagavond wordt het project uitgebreid besproken tijdens een zitting van de Antwerpse gemeenteraad (die vindt plaats vanaf 19u). Een aantal bezorgde inwoners van Antwerpen-stad hebben al laten weten aanwezig te zullen zijn in de zaal om de besprekingen in de gemeenteraad te kunnen volgen.

Monday, March 31, 2008

Sociale ecologie en diepe ecologie

Er is een tendens binnen de milieubeweging die duidelijk mystiek en misantroop is, een tendens die we ruwweg als diep(t)e ecologie (deep ecology) zouden kunnen omschrijven.
De term deep ecology werd, in de eerste helft van de jaren zeventig, geïntroduceerd door de Noorse filosoof Arne Naess, die samen met onder andere Rudolf Bahro en Vandana Shiva tot één van de invloedrijkste mystieke milieudenkers is uitgegroeid. In Noorwegen is Naess één van de bekendste "filosofen", en het hoeft dan ook niet te verwonderen dat hij vooral in Scandinavië omstreden is binnen ecologische kringen, want bijna alle ecologisten kennen hem daar.
Naess en zijn diep(t)e ecologie beweging lijken ook aan te slaan in de Verenigde Staten. Diep(t)e ecologie is niet links, in feite is het 'politiek' gezien een stroming die vele kanten uit kan, ook al bekritiseert het, in tegenstelling tot de sociale ecologie, nooit het bestaan van natiestaten. De 'politieke' achtergrond varieert van links-liberalisme tot groen engagement (zoals bij Naess), of van rechts libertarisme (Guy de Martelaere in Vlaanderen) tot sociaal-democratie (Paul Ehrlich). Nee, wat diepte-ecologisten veeleer bindt is de interesse voor Oosterse filosofie, kosmische verbondenheid en de afkeer van antropocentrisme.

Antropocentrisme betekent zoiets als het idee dat de wereld ondergeschikt is aan de mens, of ook wel de mens als het middelpunt van het zijn. Jaap Kruithof (1985) gaat er in zijn boek “De Mens aan de Grens. Over religiositeit, godsdienst en antropocentrisme” van uit dat het antropocentrisme gebaseerd is op een subjectivistische machtsfilosofie. “Wij, mensen, zijn de machtigste wezens op aarde, in staat alles naar onze hand te zetten. Wij hebben bewustzijn, beseffen onze machtspositie, weten dat we de sterksten zijn. Dieren zijn daartoe niet bekwaam, hebben geen adequaat inzicht in hun status. (...) We verheffen het feit dat we het sterkst zijn tot een recht. Op subjectivistische gronden beslissen wij, mensen, dat het ons toekomt heersers te zijn. Sommigen verbinden aan dat recht ook een mooi klinkende opdracht: als machtige wezens hebben we de plicht andere wezens te leiden. Dat is wat gebeurd is, de constructie door de mens van een heersersideologie ten voordele van de mens.”

In een tekst uit 1995, “Theses on Social Ecology and Deep Ecology”, schetsen Janet Biehl en Murray Bookchin de verschillen tussen sociale ecologie en diep(t)e ecologie. Ze vinden de beide stromingen om verschillende redenen onverenigbaar met elkaar. Ze zien diepe ecologie als een samengaan van verschillende stromingen die elkaar tegenspreken, waardoor de diepe ecologie amorf wordt.
Het debat tussen de twee stromingen is volop aan de gang sinds 1987. Sindsdien hebben velen tot een synthese van de twee stromingen proberen te komen en de twee proberen te verzoenen met elkaar. Biehl en Bookchin gaan er in de tekst echter van uit dat de twee onverzoenbaar zijn met elkaar. Diep(t)e ecologie is niet alleen amorf, het spreekt zichzelf ook tegen. De contradicties die er in vervat zijn spreken hen duidelijk niet aan. Maar ze menen terecht dat de belangrijkste verschillen tussen sociale ecologie en diepe ecologie weergegeven kunnen worden. We sommen er hier een aantal op.

Sociale ecologie zoekt de oorzaken van de ecologische crisis in markteconomische processen en sociale hiërarchieën. De oorzaken van de ecologische crisis zijn fundamenteel sociaal van aard, tot de sociale sfeer behorend. De verschijning in de geschiedenis van hiërarchieën, klassen, staten en uiteindelijk de markteconomie en het kapitalisme vormt de boosdoener, het zijn de sociale krachten die, zowel ideologisch als materieel gezien, de huidige plundering van de biosfeer hebben teweeggebracht.
Diep(t)e ecologie zegt diepere vragen te willen stellen en zoekt vooral naar de oorzaak in geloofssystemen, namelijk de joods-christelijke tradities. Diepte-ecologisten willen de geloofssystemen (religies, filosofieën, wetenschappelijk wereldbeeld,...) waarvan ze menen dat ze de ecologische crisis veroorzaken een halt toeroepen.

Sociale ecologie ziet de natuurlijke wereld als een proces dat een ontwikkeling naar een toenemende complexiteit en subjectiviteit inhoudt. Met het verschijnen van mensen in de geschiedenis ontstond er naast een eerste natuur (biologische evolutionaire processen) ook een tweede natuur (sociale en culturele evolutionaire processen). Bookchin heeft trouwens elders laten uitschijnen dat mensen moeten komen tot een derde natuur, één die komaf maakt met de ecologische crisis en de sociale onrechtvaardigheid.

Sociale ecologie is dus naturalistisch van aard, alles is natuur. Er is sociale natuur, culturele natuur en biologische natuur. Toch is de grens tussen mensen en de rest van de natuur binnen de sociale ecologie reëel en gearticuleerd. Mensen kunnen ook tot rationele, ecologisch sensitieve wezens uitgroeien.
Diep(t)e ecologie brengt deze scheidingen binnen de natuur niet aan maar lijkt neer te kijken op mensen, en hen als schadelijk voor de biologische, eerste natuur aan te willen merken. Het houdt duidelijk van wildernisgebieden en het inkrimpen van bevolkingsaantallen. Het ziet overbevolking in de derde wereld als een groot probleem, maar maakt geen aanstalten om migratie naar de eerste wereld daarom te verhogen. Het is dan ook misantropisch van aard, en sommige diep(t)e ecologisten laten zich op racistische wijze uit over mensen die naar de eerste wereld willen migreren.

Toch is diep(t)e ecologie weinig politiek, en zeker niet op rechtstreekse democratie gericht (zoals de sociale ecologie), participatie binnen politieke bewegingen ziet het als waardevol indien het bijdraagt tot persoonlijke transformatie. Maar dat is het enige, de interesse voor Oosterse personalistische filosofie maakt dat het nogal quietistisch van aard is en dus politiek activisme links laat liggen.
Het is eerder contemplatief dan interveniërend. Het is er ook veel meer op gericht om leefstijlveranderingen teweeg te brengen op het vlak van consumptie dan dat het op politiek activisme geënt is. De ideëen van Martin Heidegger, een reactionaire en over het algemeen van technologie afkerige denker, vormen een belangrijke inspiratiebron voor de diep(t)e ecologie. Rede wordt bovendien als weinig interessant bekeken, intuïtie daarentegen wel.

Sociale ecologie benadrukt het belang van andere, nieuwe technologische ontwikkelingen, rationalisme, directe democratie, dialectisch denken en ethiek. Het wil tot een heel andere samenleving komen. Diep(t)e ecologie benadrukt “het probleem van overbevolking”, is misantropisch en verdedigt wildernis, Oosterse spiritualiteit en intuïtie.
Murray Bookchin : een levenslang engagement voor een “rationele” maatschappij, zo heet een tekst die Roger Jacobs in 2002 schreef. Daarin gaat Jacobs ook in op de verschillen tussen diepe en sociale ecologie.
Volgens Roger Jacobs (2002) introduceerde Naess de term diepe ecologie (deep ecology dus) met de bedoeling om zich te onderscheiden van een “oppervlakkige” milieubekommernis, die enkel door menselijk eigenbelang ingegeven wordt. De zogenaamd oppervlakkige milieubeschermers rechtvaardigen hun optreden met een passend nutsargument: “en wat wint de mens ermee?”. Dit is echter antropocentrisch gedacht, het gaat om “de opvatting dat de mens de kroon is van de schepping en de maat van alle dingen. Het overstijgen van dit anthropo-centrisme veronderstelt dat we terug voeling krijgen met onze natuurlijke oorsprong, dat we de bevindingen van de evolutionaire biologie en de ecologie als het ware zouden verinnerlijken.” (Jacobs, 2002)
Nog volgens Jacobs is de “diepe ecologie” geen eenduidige, coherent uitgewerkte filosofie: “het is een platform opgebouwd rond stellingen en gedragscodes die in een losse samenhang tot elkaar staan”.

Twee basisnormen houden volgens Jacobs (2002) het wankele gebouw van de diepe ecologie recht. De norm van de zelfrealisatie, als het uiteindelijke resultaat van het voortdurende doorbreken van de enge grenzen van het ik en een identificatie-act met onze menselijke en niet-menselijke omgeving. En (ten tweede) de norm van het biocentrische egalitarisme: “alle organismen en entiteiten hebben, als onderdelen van een in elkaar verweven geheel, een gelijk recht om te leven en zich te ontplooien. Ze hebben gelijke intrinsieke waarde.” De mens is dan ten volle lid van de biotische gemeenschap.
Alhoewel Jacobs hier in de eerste plaats de filosofie van Naess zit te beschrijven, eerder dan het vormloze geheel van de diep(t)e ecologie, legt hij terecht de nadruk op het feit dat de idee van een biocentrisme dat verdedigd moet worden erg belangrijk is binnen de diep(t)e ecologie.
De mensheid wordt er vaak in voorgesteld als een homogene soort die door zijn voortplantingsdrift, en het vermogen om zijn omgeving aan te passen aan zijn eigen behoeften, het ecologische weefsel van de planeet vernietigt. “Oplossingen worden dan gezocht in een drastische reductie van de bevolkingsaantallen (waarbij men vooral het Zuiden op het oog heeft) en in een meer inpassende/beschouwende houding tegenover de natuur.” (Jacobs, 2002)

Sociale ecologie heeft stevige wortels in de dialectische, links-revolutionaire en democratische tradities. Het vormt de cumulatieve ontwikkeling van deze tradities en overstijgt op dialectische wijze meer klassieke linkse tradities als marxisme en anarchisme.
De politieke dimensie van de sociale ecologie treedt op als een synthese van de economische analyses van het marxisme en de hiërarchieloze ideëen van de libertaire stroming. De filosofische dimensie van de sociale ecologie is niet alleen dialectisch, maar ook naturalistisch. Alles in de werkelijkheid is natuur en natuurlijke evolutie.

Het dialectisch naturalisme is inderdaad een filosofie die links activisme zou moeten inspireren. “Het kan ons niet alleen helpen natuurlijke fenomenen te begrijpen; het kan ons ook helpen te begrijpen en te verklaren hoe de sociale historische evolutie ons geleid heeft tot de hedendaagse situatie. Maar waarschijnlijk het belangrijkste is dat een dialectisch begrip noodzakelijk is als we op het spoor willen komen van de potentialiteiten voor vrijheid die verborgen liggen in onze gemeenschappen.” (citaat afkomstig van een open brief uit de jaren '90 van Noorse sociale ecologisten, vertaald door Johny Lenaerts en gepubliceerd op yabasta.be).

In de diep(t)e ecologie vinden we het geloof in bovennatuurlijke fenomenen en het belang van bioregionalisme terug. In diezelfde open brief zetten de Noorse sociale ecologisten zich hier tegen af: “Bioregionalisme (= een alternatieve Amerikaanse stroming waarbij lokale gemeenschappen zich economisch en cultureel volledig gaan inpassen in de specifieke ecologische omgeving waarbinnen zij zich situeren) is een stroming die stevig wortel heeft geschoten in de ecologische beweging, wat we echter als problematisch opvatten. Te gemakkelijk bevordert het een mystieke opvatting over de banden tussen het volk en het land - een opvatting die herinneringen opwekt aan reactionaire beschouwingen over natuur en cultuur en waarbij de band zou kunnen gelegd worden met ronduit fascistische ideologieën van ’Bloed en Bodem’.”

Saturday, March 22, 2008

Vlaamse christenen worden zenuwachtig


De kerken lopen leeg, de christen-democratie moet de duimen leggen voor de populariteit van het Vlaams-nationalisme. Andere religies dan het christendom treden in Vlaanderen steeds meer op de voorgrond. Is er een toekomst voor de christenen in Vlaanderen?

De onrust bij Vlaamse christenen merkte men tijdens de voorbije dagen al te goed. Vanuit de Vlaamse kerkgemeenschap werd nogal ongelukkig gecommuniceerd over de zelfgekozen dood van Hugo Claus en de manier waarop media reageerden op zijn keuze. Met lede ogen kijkt men binnen de Vlaamse kerkgemeenschap naar de populariteit van media die weinig of geen christelijke invloeden vertonen : VTM, Humo, VRT, etcetera. Links van deze massamedia bestaan er kleinere entiteiten die de sympathie van veel mensen losweken : De Morgen, Indymedia, Solidair,...
In zo'n klimaat is het moeilijk voor een uitgesproken christelijk blad als Tertio om zijn weg te vinden. Gazet van Antwerpen heeft dan weer enkel zijn grote oplage kunnen behouden door een minder uitgesproken conservatieve koers te gaan varen.
En ook binnen het partijlandschap hebben conservatieve christenen het moeilijk om hun stempel te drukken op de dingen. Binnen de CD&V lijken veel vrouwelijke leden genoeg te hebben van het duidelijk patriarchale karakter en imago van de partij. De jongere garde binnen de partij wilt de Vlaanms-nationalistische kaart nog meer gaan trekken en ligt daarom overhoop met de oudere mensen in de partij. Bovendien dreigt N-VA electoraal even sterk te worden als CD&V. Dat kan niet de bedoeling geweest zijn van Leterme en kompanen, daarom zetten ze zich iets meer af tegen de kartelpartner dan vroeger.
Binnen het ACV wordt de CD&V niet meer als bevoorrechte partner gezien. Veel vakbondsleden stemmen voor het VB en de vakbondsleiding vindt de christen-democratische partij niet links genoeg. Het discours van de vakbondsleiding sluit soms meer aan bij dat van de Groenen, die steeds minder katholieke invloeden vertonen.
In een regio met zo'n sterke christelijke traditie als Vlaanderen gaat het christendom opvallend snel achteruit. Parochialisme en gemeenschapsvorming maakt plaats voor wereldburgerschap en de anonimiteit van de grote steden. Veel mensen zoeken voor dit verlies troost in een Vlaams-nationale identiteit. Vlaams-nationalisme scoort immers meer punten dan katholicisme. Het electoraal sukses van Bart Dewever, Jean-Marie Dedecker en Filip Dewinter zet het personalisme van de christen-democratie steeds meer in de schaduw.

Wat maakt iemand anarchistisch?

Volgens mij heeft het vooral met een gevoel te maken ergens bij te horen. Als men zich weinig thuis voelt in de anarchistische beweging gaat...