http://www.social-ecology.org/staticpages/index.php?page=library&topic=online_library

Sunday, August 1, 2010

Sociale ecologie volgens Murray Bookchin

Een tekst uit 2008:

Murray Bookchin zag het leven in 1921 en groeide op in New York. Negen jaar later sloot hij zich aan bij een Communistische jongerengroep. Zijn verdere leven lang bleef hij zich verzetten tegen het kapitalisme vanuit een links perspectief, eerst als jonge trotskist, later als libertaire socialist. Bookchin bleef zich ook verbazen over de hardnekkigheid waarmee het kapitalisme standhield. In de Verenigde Staten, waar hij zijn leven lang bleef wonen, groeide het zelfs uit tot een bijna totalitair systeem. Hij bleef schrijven en ageren vanuit een anti-autoritair en links perspectief tot in 2006, het jaar waarin hij stierf.
Ik had enkel wat contacten met Murray Bookchin tijdens een paar telefoongesprekken. Ik ken hem vooral van wat ik van hem las, en wat anderen me over hem verteld hebben of over hem geschreven hebben. Dat wat mensen over hem schreven was minder objectief, want sommigen hebben echt hun best gedaan om hem anders af te schilderen dan diegene die hij werkelijk was. Zijn zachtaardige, maar vaak scherpe ironie bleef ook regelmatig onbegrepen.
Bookchin was een veelschrijver. Tot zijn belangrijkste werken behoren het vaak gelezen “Ecology of Freedom : The Emergence And Dissolution Of Hierarchy” (1982), “Remaking society” (1990, een goed overzicht van waar hij sinds de jaren vijftig voor stond en misschien daarom ook vertaald in onder andere het Spaans en het Frans), “The Philosophy of Social Ecology: Essays on Dialectical Naturalism.” (1990, een zeer abstract, filosofisch boek) en “Urbanization without Cities. The Rise and Decline of Citizenship” (1992, een boek dat ingaat op de historische wortels van politiek en stedelijkheid).

Bookchin gaat vaak op zoek naar wat hij als de tekorten van de linkerzijde zag. Hij laat zich daarbij graag inspireren door dialectische denkers als Georg Wilhelm Friedrich Hegel, Karl Marx en Peter Kropotkin. In zijn jonge marxistische jaren wordt hij ook erg beïnvloed door het werk van Josef Weber (die hij zeer goed leert kennen, maar waar hij later mee breekt) en dat van de Frankfurter Schule, waar hij tot in de jaren tachtig duidelijk enthousiast over blijft. Daarna lijkt hij het steeds belangrijker te vinden om een politiek alternatief voor natiestaten uit te denken.
Hij vindt dat alternatief in iets wat hij libertair municipalisme noemt, een strategie om op lokaal, gemeentelijk vlak veranderingen te bewerkstelligen. Bookchin zijn politieke strategie gaat onder andere over het vormen van politieke studiegroepen en ook deelnemen aan gemeenteraadsverkiezingen, wat hem banbliksems oplevert vanuit een groot deel van de anarchistische beweging.
Bookchin lijkt met zijn ideëen beter aan te kunnen sluiten bij de meest linkse vleugel van de groene beweging, een belangrijk deel van de Duitse Groenen ook. In hun beginperiode vormen Die Grünen immers een anti-partij partij die het parlementarisme in grote mate verwerpt. Later zullen de Duitse Groenen echter steeds meer naar rechts opschuiven, waardoor Bookchin er zich openlijk van begint te distantiëren.
Hij bezoekt ook regelmatig Europese landen. Hij maakt mei '68 in Parijs mee, en gaat in het Spanje dat onder de dictatuur van Franco gebukt gaat op zoek naar historisch belangrijke gegevens : de omstandigheden waarin anarcho-syndicalisme daar in de jaren twintig en dertig tot bloei was gekomen en de Spaanse revolutie van 1936 plaatsvond.
Die omstandigheden weet hij ook als geen ander in de jaren zestig en zeventig te doorgronden en te beschrijven. Jammer genoeg koestert hij echter wat teveel illusies in het anarchisme, waar hij zich op het einde van zijn leven steeds meer van begint te distantiëren, omdat de pogingen om zijn “sociale ecologie” met anarchisme te verzoenen regelmatig op onbegrip stuiten in libertaire kringen.
Individualistische anarchisten reageren zelfs ronduit vijandig op zijn pogingen om het anarchisme tot een goed georganiseerde, dialectische stroming en beweging te maken. En dat hij bij zijn politieke ideëen in grote mate inspiratie zoekt in marxistische economische analyses, daar fronsen nogal wat anarchisten de wenkbrauwen bij.

Bookchin wil tot een rechtvaardige, ecologische en rationele samenleving komen. Hij wil afstand nemen van de in de samenleving al te vaak geziene hiërarchiëen die betrekking hebben op huidskleur, geslacht, klasse of leeftijd. Hiërarchie moet volgens hem in menselijke termen worden uitgedrukt, niet in dierlijke termen. Wel beschouwt Bookchin alles als natuur, dat idee vormt ook de kern van zijn dialectisch naturalisme, waarin hij zich sterk afzet van pogingen om ecologisch denken te koppelen aan een geloof in bovennatuurlijke krachten als Goden of geesten.
Bookchin ziet de natuurlijke wereld als een proces dat een ontwikkeling naar een toenemende complexiteit en subjectiviteit inhoudt. Met het verschijnen van mensen in de geschiedenis ontstond er naast een eerste natuur (biologische evolutionaire processen) ook een tweede natuur (sociale en culturele evolutionaire processen). Bookchin heeft trouwens laten uitschijnen dat mensen moeten komen tot een derde natuur, één die komaf maakt met de ecologische crisis en de sociale onrechtvaardigheid.
De sociale ecologie van Bookchin is dus naturalistisch van aard, alles is natuur. Er is sociale natuur, culturele natuur en biologische natuur. Toch is de grens tussen mensen en de rest van de natuur binnen de sociale ecologie reëel en gearticuleerd. Mensen kunnen ook tot rationele, ecologisch sensitieve wezens uitgroeien.
Dat die grens reëel en gearticuleerd is, onderscheidt hem van veel andere ecologisten. Hij ziet met lede ogen aan hoe de ecologische beweging in de jaren tachtig steeds meer doordrongen wordt van mystieke invloeden, en hoe de Groene partijen steeds minder geïnspireerd worden door linkse ideëen. Milieudenken lijkt steeds minder aan humanisme gekoppeld te kunnen worden en Bookchin begint zich daar sterk tegen te verzetten in zijn geschriften.
Met zijn radicale, sociale ecologie zoekt hij de oorzaken van de ecologische crisis in markteconomische processen en sociale hiërarchieën. De oorzaken van de ecologische crisis zijn fundamenteel sociaal van aard, tot de sociale sfeer behorend. De verschijning in de geschiedenis van hiërarchieën, klassen, natiestaten en uiteindelijk de markteconomie en het kapitalisme vormt de boosdoener, het zijn de sociale krachten die, zowel ideologisch als materieel gezien, de huidige plundering van de biosfeer hebben teweeggebracht. In tegenstelling tot veel andere ecologisten ziet Bookchin dus niet de oorzaak als voornamelijk liggend in bepaalde geloofssystemen, zoals de joods-christelijke tradities, die dan door milieuvriendelijkere geloofssystemen vervangen moeten worden.

Daarnaast begon hij in de jaren tachtig ook steeds meer de nadruk te leggen op zijn alternatief van libertair municipalisme. Hij heeft gezien hoe de Groene partij in Duitsland na de beginperiode in grote mate het parlementarisme omarmd had, hoe de partij ook steeds meer uitgroeide tot een beleidspartij onder de leiding van Joschka Fisher. Dat sterkte hem in de idee dat enkel een deelname aan gemeenteraadsverkiezingen interessant was, met een welbepaald omschreven programma.
Van een deelname aan parlementsverkiezingen moest hij niets weten. Hij had een afkeer van centralisme, zijn ecologisch gedachtegoed sloot meer aan bij gedecentraliseerde vormen van besluitvorming, de idee van samenwerkende, vrije communes als alternatief voor staat en kapitalisme. In zijn thuisstad Burlington had hij met een links-groene partij aan gemeenteraadsverkiezingen deelgenomen. In het verkiezingsprogramma van de Burlington Greens stonden minimumeisen (dingen die ze op korte termijn in de gemeente wilden ingewilligd zien) en maximumeisen (zaken die ze op lange termijn wilden bereiken) uitgebreid beschreven.

Bookchin kreeg echter weinig aandacht in de groene beweging van de Verenigde Staten voor zijn linkse en libertaire ideëen. Het was een groot en sterk gecentraliseerd land, maar de Groenen schrokken er niet voor terug basisdemocratische idealen te verdoezelen of schenden door een deelname aan presidentsverkiezingen. Van Bookchin zijn ideaal van gemunicipaliseerde vormen van economie, economie op menselijke schaal die volledig onder de bevoegdheid ressorteert van buurtvergaderingen in gemeentes, werd er weinig verwacht. Men had binnen de groene beweging vaak een voorkeur voor alternatieve vormen van markteconomie, daar waar in Bookchin's sociale economie helemaal geen plaats leek te zijn voor markteconomisch denken. Hij wou eigenlijk zo snel mogelijk overschakelen naar een economie waarin ieder werkt naar vermogen en ieder krijgt naar behoefte, een post-schaarste situatie die consumptivisme achter zich laat. Hij was dan ook een linkse, utopische denker.

Voor meer over Murray Bookchin in het Nederlands verwijs ik graag naar de biografische teksten van Roger Jacobs.

Wednesday, March 17, 2010

Kritieken op insurrectionalisme

Insurrectionalisten proberen al vele jaren hun stempel te drukken op de anarchistische beweging in Europa en dat is hen intussen vrij goed gelukt. De insurrectionalisten zijn vandaag één van de meest zichtbare anarchistische groepen, en hun ideologie is één van de meest zichtbare neo-anarchismen.

De bekendste insurrectionalist is Alfredo Maria Bonanno (1937- ). Hij belandt regelmatig in de gevangenis. Dit hoeft ons niet te verwonderen want insurrectionalisten hebben de neiging om openlijk illegaal gedrag te omarmen. Ze bootsen ook eerder de leefstijlen van vroege Anarchisten na dan dat ze voortbouwen op veel libertaire ideologie.
Bovendien zijn ze organisatieprincipes weinig genegen, en hebben ze zeer storende illusies in het individualisme van de schrijver/kamergeleerde Max Stirner en zijn meer actieve nazaten. Ze lijken revolutie volledig los te willen koppelen van een aantal noodzakelijke sociale of politieke ontwikkelingen.

Insurrectionalisten zien zichzelf als revolutionair zonder dat ze het werkelijk zijn (waar hebben we dat nog al gehoord?) en willen met klassenstrijd bezig zijn, maar zijn in alle opzichten afgesneden van de lage sociale klasse.
Het gaat immers om een marginale, en zichzelf regelmatig marginaliserende groep die binnen het anarchisme nog altijd aan invloed lijkt te winnen, zeker bij die mensen die zichzelf duidelijk als anarchistisch profileren. Bovendien koppelt de groep elitair denken aan steun voor veel van de armsten in Europa (zoals gevangenen of vluchtelingen).
Het insurrectionalisme is een nogal authentiek anarchisme : kritiek op alles wat met macht, wetten of Staat te maken heeft is insurrectionalisten zeker niet vreemd. Bovendien zijn deze mensen zeer sterk op de negatie van bestaande samenlevingsvormen in Europa gericht, zonder regelmatig eigen alternatieven aan te reiken voor wat er misloopt, en zeker geen alternatieven die informele organisatie overstijgen.

Nawoord als verdere verduidelijking:

Wat Stirner betreft, men kan onmogelijk om het feit heen dat hij een belangrijke invloed heeft gehad op de anarchistische beweging en zeker op de vroege anarchistische beweging. Op radicaal-syndicalistische kringen heeft hij zo goed als geen invloed gehad.
Welnu, het insurrectionalisme bouwt in grote mate voort op ongeorganiseerd of weinig georganiseerd anarchisme, zeker niet veel op radicaal-syndicalisme. Daar kan je niet om heen.
Ik vind bijvoorbeeld ook niet dat het veel voortbouwt op de ideologie van Errico Malatesta, zoals het insurrectionalisme zelf wel laat uitschijnen. Het heeft gewoon meer interesse in het nabootsen van zijn leefstijl dan in het verder ontwikkelen van anti-autoritair communistische gedachten als die van Malatesta.
Op ideologie van de bekendste hedendaagse maar libertaire socialisten (Noam Chomsky, Howard Zinn, Murray Bookchin, Erich Fromm,...) bouwt het nog minder weinig voort.


Engelstalige kritiek die ook nog wat meer licht op het insurrectionalisme werpt :

Anarchism, insurrections and insurrectionalism
door Joe Black



Notes on the article “Anarchism, Insurrections and Insurrectionalism”
door José Antonio Gutiérrez D.

Tuesday, February 2, 2010

Groen!, repressie en veiligheid


Hoe zit dat nu eigenlijk met het nieuwe veiligheidsdiscours van Groen? De partij lijkt steeds meer mainstream te worden.

Groen! wil naar eigen zeggen veiligheid zonder bangmakerij. “Prioritair moet er geïnvesteerd worden in de basispolitiezorg en een verhoogde aanwezigheid van (wijk)agenten. Groen! staat voor een transparant justitieel apparaat waarbij de rechten van de mens voorop moeten staan. Justitie moet klantvriendelijk toegankelijk en betaalbaar zijn. Er moet ook een voldoende uitgebouwd aanbod van hulp- en dienstverlening aanwezig zijn in het gevangeniswezen. Tenslotte moet er ook een grotere variatie van alternatieve bestraffing op punt gesteld worden.” Dat is in een notedop het veiligheidsdiscours van de partij Groen! als het over criminaliteit gaat.
Groen! is een partij die de laatste tijd niet onbesproken bleef. De integratie van sociaal-liberalen als Geert Lambert heeft de Belgische Groenen geen goed gedaan. Na de electorale instorting van Agalev kwam er een nieuwe partijnaam en daarbij ook ruimte voor een linksere, alternatievere insteek. Maar dat lijkt nu voorbij : de Groene partijen in België zijn opnieuw meer mainstream geworden, beheren ook weer meer mee de Belgische staat dan vroeger (met burgemeesters en anderen), zeker in Wallonië en Brussel. In Wallonië is meer dan de helft van de Groenen Christelijk.

“Een veilige samenleving is een basisrecht. De criminaliteit in onze hoofdstad moet streng aangepakt worden. Groen! pleit voor een tijdelijke en gerichte nultolerantie in bepaalde wijken voor bepaalde misdrijven zodat de toestand zich kan normaliseren.” De problemen die zich in Brussel voordoen met het milieu van de georganiseerde misdaad doet Groen! terugvallen op een ongenuanceerd verhaal. Dé criminaliteit in Brussel moet streng aangepakt worden. Over welke criminaliteit gaat het eigenlijk?
Het is toch even schrikken. Op een moment dat er 10.500 gevangenen zijn in België (15 jaar geleden waren het er nog maar 7.000), op een moment dat Vlaams Belang en LDD samen goed zijn voor misschien wel meer dan 20% van de stemmen in Vlaanderen, beslist Groen! om mee te stappen in een ongenuanceerd veiligheidsdiscours.
De Groenen schrikken er ook niet voor terug om voor nultolerantie te pleiten. Maar over welke misdrijven gaat het daarbij dan eigenlijk? “Nultolerantie kan, als het geldt voor bepaalde misdrijven en beperkt in de tijd. Wapenbezit, car- en homejackings, steaming en andere criminele daden moeten streng aangepakt worden. Door afspraken te maken met het parket kunnen bepaalde misdrijven de prioriteit krijgen omdat zij het samenleven destabiliseren.”
Dat blijft toch wel allemaal vaag. Over welke wapens “en andere criminele daden” gaat het dan eigenlijk? Moet het monopolie op geweld dan zomaar in handen van de gerechtelijke macht en de politiediensten gegeven worden, van een rechtse justitie en van een politie-apparaat dat duidelijk hiërarchisch gestructureerd is en waarop weinig democratische controle bestaat? Voor Groen! kan het blijkbaar.

Toch geeft Groen! toe dat nultolerantie een vage term is, waar voorzichtig mee omgesprongen dient te worden. “Het is een containerbegrip dat voor alles en nog wat kan gebruikt worden. In sommige steden werd het al misbruikt om de hele stad vol te hangen met bewakingscamera’s. Preventie werd omgebogen tot argwaan ten opzichte van alle burgers als potentiële misdadigers. Dat is een brug te ver voor Groen!”.
En ook het Brusselse strafbeleid moet herbekeken worden. “Vandaag worden criminelen weliswaar opgepakt maar niet vervolgd. Dat is een maat voor niets. Op sommige punten is er zelfs sprake van straffeloosheid. Om een degelijk strafbeleid te kunnen ontplooien, moet er dringend werk gemaakt worden van de justitiehervorming die nu op apegapen ligt.” Het komt allemaal uit de huidige hoofdbijdrage aan de beginpagina van www.groen.be.
“De nabijheid van de politiediensten is uitermate belangrijk. De 19 Brusselse baronieën zijn een rem op het goed functioneren van de politiediensten en heel wat andere ingrepen waarnaar onze hoofdstad snakt. Er moet eenvormigheid komen in het Brusselse politiebeleid en de diensten moeten in verschillende gemeentes ingezet kunnen worden. De versnippering is nefast. De achterstand in de broodnodige aanwervingen moet weggewerkt worden.” Die roep om centralisering past naadloos in het discours van de Vlaamse partijen die zich afzetten tegen de kijk die de Franstalige partij PS op de zaak heeft. Dat zo'n centralisering het veiligheidsapparaat in Brussel nog hiërarchischer maakt? Bij Groen! lijkt men het niet te beseffen of te willen horen.
“Ten slotte volstaat het niet om criminelen streng te straffen. Als een verblijf in de gevangenis hen vooral verder introduceert in het misdaadmilieu, zijn we nog een stap verder van huis. Inspanningen voor de juiste strafbepaling en een efficiënte re-integratie moeten opgedreven worden.” Hoe Groen! dit denkt te realiseren is me toch wat onduidelijk. De socialisering van gevangenen in het zware misdaadmilieu gaat vaak als een fluitje van een cent in de gevangenis. Dat is nu juist het grote probleem. In een gevangenis zitten maakt de eigen situatie immers uitzichtlozer. En probeer maar eens met een strafblad aan betaald, legaal werk te komen momenteel.

“De focus blijft weliswaar preventie. In de Brusselse wijken moet fors meer geïnvesteerd worden om de huisvestingssituatie, publieke ruimte en tewerkstellingsmogelijkheden te verbeteren.” Ah, dan toch.. Maar ook hier geldt het volgende : hoe meer geld, tijd en energie men steekt in de bestraffing van mensen, hoe minder van dat alles er overblijft voor de preventie van de zware misdaad.
En wat lezen we dan nog op de website van de Groene partij? Zoals Groen! blijkbaar weet pakt een progressief veiligheidsbeleid “de achterliggende sociaal-economische oorzaken aan en heeft oog voor de fundamentele onzekerheden in onze samenleving.”
Veiligheid is volgens de partij geen zaak van de politie alleen. “De hoeksteen van een groen veiligheidsbeleid is volop investeren in mensen. Prioritair moet er geïnvesteerd worden in de basispolitiezorg en een verhoogde aanwezigheid van (wijk)agenten. Blauw moet niet alleen meer op straat maar ook beter op straat: meer nabij en aanspreekbaar zijn niet alleen in de toeristische centra maar ook in achtergestelde wijken en meer tussenkomen als bemiddelaar.”
Groen! stelt een politie-apparaat als instituut helemaal niet in vraag. De partij heeft helemaal geen oog voor de mogelijkheid van legale, basisdemocratisch georganiseerde milities om veiligheid in gemeentes te garanderen. Wat doen we met de socialisering van zo veel mensen in de staatsgezinde apparaten? Die apparaten zijn momenteel duidelijk autoritair en onrechtvaardig bezig. Ze verdedigen ook in grote mate de belangen van de hogere klasse en de middenklasse, o.a. met de hulp van klassenjustitie.
Groen! stelt bovendien het huidige gevangeniswezen weinig in vraag. “Investeren in het gevangeniswezen betekent in de eerste plaats investeren in penitentiair beambten, in psychosociaal gevangenispersoneel en in maatschappelijk werkers die instaan voor de opvang en begeleiding na de voorwaardelijke invrijheidsstelling.”
Met alle respect, maar met zo'n technocratische aanpak van de criminaliteit gaan we er niet komen. Heel veel aandacht moet gaan naar de preventie van criminaliteit : door armoede weg te werken, door betere leermogelijkheden in vormingsinstellingen, betere media, door de creatie van een verstandigere samenleving. Een samenleving die zichzelf in grote mate afhankelijk maakt van juridische of politionele repressie en bestraffing om immoreel gedrag het hoofd te bieden, is niet goed bezig en doet in grote mate aan korte termijn planning. Waar we vooral nood aan hebben als het over criminaliteit gaat, dat is preventie, verzoening, bemiddeling en arbitrage.

Saturday, January 16, 2010

'The Anti-Jewish Riots in Oslo', een boek van Eirik Eiglad


De Noorse schrijver en activist Eirik Eiglad is naar mijn inziens één van de meest inspirerende mensen van dit moment. Hij heeft nu zijn eerste boek uit : 'The Anti-Jewish Riots in Oslo'.







Eirik Eiglad is al vele jaren één van de actiefste libertaire mensen in Scandinavië. Als vertaler, organisator en mede-uitgever van Communalistische tijdschriften, zoals het nieuwe Engelstalige blad 'Communalism. A Social Ecology Journal', heeft hij mee de aandacht verhoogd binnen de anti-autoritaire beweging voor de rol van politieke communes en het streven naar een sociaal-ecologische samenleving.
Nu is zijn eerste boek verschenen, iets meer dan honderd pagina's tellend...
On a weekend in January 2009, Oslo was shaken: Massive protests against the war in Gaza degenerated into the most violent riots Norway had seen for three decades. Despite massive media attention, few seem to have grasped the real significance of the events. What were their political messages? How did the Left respond to the protests and the ensuing riots? To what extent did the riots fall into age-old patterns of anti-Semitic hatred?
The Anti-Jewish Riots in Oslo is a personal narrative of the events, as one Norwegian anti-fascist activist experienced them. This book is a must-read; both as a reminder and as a warning.

Friday, December 25, 2009

Tegen de sponsoring van ontwikkelingshulp

Music for life heeft alweer een recordbedrag opgeleverd. Het gebeurde met onder andere de sponsoring van Coca-Cola, Carrefour, Opel, Electrabel en Total. En op ons televisiescherm kregen we een resem politici die het niet erg vonden om ontwikkelingssamenwerking aan sponsoring te koppelen.
Met de campagne Music For Life willen Studio Brussel en Rode Kruis-Vlaanderen dit jaar terecht een stille ramp onder de aandacht brengen : de gevolgen van malaria. De opbrengst gaat vooral naar de aankoop van muggennetten voor het Afrikaanse land Burundi. “Malaria is er de belangrijkste doodsoorzaak. De ziekte slaat vooral hard toe bij zwangere vrouwen en kinderen onder de 5 jaar.”
Journalist Walter Zinzen stelde zich echter vragen : “Het Rode Kruis doet zijn best om de kritiek op zijn anti-malaria-actie via Music For Life te ontzenuwen, maar fietst zorgvuldig rond de hamvraag: waar gaat de opbrengst van Music For Life naartoe? Met andere woorden: welk bedrijf mag zich verheugen in de order voor tienduizenden muskietennetten? Ligt dit bedrijf in Afrika en zorgt Music For Life voor bijkomende werkgelegenheid? Of staat het in België of elders in Europa en doet Music For Life mee aan de crisisbestrijding in eigen streek? Hoeveel gaan die muskietenneten kosten per stuk, en tegen welke prijs worden ze naar Burundi getransporteerd? En wie wordt daar dan weer beter van? De Afrikanen?”
De vraag over het bedrijf dat de netten produceert werd al in oktober gesteld in De Standaard, maar antwoorden deed het Rode Kruis niet. Dat het Rode Kruis geen neutrale instantie is spreekt vanzelf. Het evenement Music for life vindt niet voor niets plaats aan de vooravond van kerstmis. Het kruis blijft ook een christelijk symbool en moet de zin voor naastenliefde van Christenen benadrukken. Jammer, want dat zullen Bush, McCain, Palin en de andere christelijke Republicans in de VS graag geweten hebben. Het veelvuldig getoonde rode kruis draagt als symbool ook niet bij aan de verdere secularisering van Vlaanderen.
De toon werd gezet toen Vlaams minister-president en Christen-democraat Kris Peeters al vroeg een bezoek bracht aan het Glazen Huis van Studio Brussel in Gent. Hij maakte er de tussenstand van een bedrag bekend, het bedrag dat de benefietactie tot dan toe had opgebracht, en voegde daar in naam van de Vlaamse regering nog 300.000 euro aan toe. Met de gift van de Vlaamse regering erbij kwam het totaal op 876.800 euro. De Gentse burgemeester Daniel Termont was de allerlaatste gast in het Glazen Huis tijdens deze Music For Life en deed er nog 50.000 euro bovenop, het totaalbedrag uiteindelijk : 3.649.595 euro!
Popmuziek en ontwikkelingshulp, het is geen nieuw gegeven. Na het Live aid van Bob Geldof en andere bekende popmuzikanten is Music for life in Vlaanderen met zijn recordbedragen aan schenkingen uitgegroeid tot het nieuwe gezicht van een groot deel van de ontwikkelingshulp. Ontwikkelingshulp gaat blijkbaar goed samen met het promoten van popmuziek, een promotie waarbij de ene muziek al kwaliteitsvoller is dan de andere om het zacht uit te drukken. Het is een evenement waar platenmaatschappijen voordelen uit kunnen halen als hun muziek er gedraaid wordt en waarbij sponsoring of andere connecties met het bedrijfsleven niet geschuwd worden. Ja, ook Woestijnvis, Knack, de Nationale loterij en De Lijn halen voordelen uit Music for life.
Het hoeft ons dan ook niet te verwonderen dat nogal wat mensen zich vragen stellen bij het concept ontwikkelingshulp. Is échte hulp niet immers hulp overbodig maken en meer ruimte geven aan sociale economie? Brengen we de armen in de derde wereld niet in een afhankelijkheidspositie dankzij het bestaande systeem van ontwikkelingssamenwerking? Is de bestaande hulp niet een doekje voor het bloeden en hebben we geen nood aan meer structurele en fundamentelere veranderingen? Gaat ontwikkelingshulp momenteel niet te veel over de imago-opsmuk van bedrijven, commercieel denkende popmuzikanten, prins Laurent, Yves Leterme en Helmut Lotti?

Tuesday, December 15, 2009

Het beheer van de Belgische staat? Nee, dank u.

Ministers en burgemeesters in overvloed... Sociaal-democraten en Groenen beheren dus volledig mee de Belgische staat. Dit is een oproep tot protest daartegen en gaat over het waarom van die oproep.

Wat is er mis met de Belgische staat?

Het is een rijke staat die te weinig doet om armoede in eigen land en het buitenland te bekampen, en het kapitalistisch systeem volop ondersteunt door het bedrijfsleven weinig aan banden te leggen.
Dit is een land waarin economische groei nauwelijks in vraag gesteld wordt, en er wordt hier weinig ruimte gegeven aan groepen die er wel tegen ingaan.
Dit is een staat waar er volop ruimte is voor commerciële reclame, zelfs wanneer het gaat om luxe-produkten die in hoge mate de opwarming van de aarde in de hand werken.
Het is een schijndemocratie. Er worden erg weinig initiatieven genomen om de inspraak van mensen te verhogen. Er is bijvoorbeeld weinig ruimte voor lokale democratie.
Gemeenten zijn momenteel in grote mate subject en object van de verstaatsing : gemeentebesturen ondersteunen de werking van de Belgische staat, en de verschillende Machten (wetgevende, uitvoerende, gerechtelijke machten en de media) hebben een grote impact in elke Belgische gemeente.
Er is heel weinig aandacht voor de municipalisering van economie : het onder een gemeentelijke en democratischere invloed brengen van economische processen. Er is sowieso weinig aandacht voor sociale of morele economie, er blijft bijvoorbeeld veel hiërarchie op de werkvloer.
Het is een land met een te hoge urbanisatiegraad, een groot tekort aan duurzame technologie en bossen, en het is een Europese regio met vervuilde rivieren en ongezonde lucht (vooral in de grootsteden).
Dit is een staat waarin mensen van niet-Belgische origine vaak gediscrimineerd worden, zeker qua inkomen en civiele rechten.
Dit is een land waarin veel werklozen gestigmatiseerd, gediscrimineerd en gedisciplineerd worden.
Het is een regio waar er nogal wat aandacht is (maar niet genoeg) voor lichamelijke gezondheid van de inwoners, maar waar er heel wat misgaat met de geestelijke gezondheid van veel mensen.
België werkt als verzuilde staat religieuze en andere vervreemding regelmatig in de hand. Vrijzinnig humanisme moet vaak het onderspit delven voor dogmatisch denken en handelen, patriarchale godsdienstuitingen, antihumanisme.
...

Het alternatief? Meer linkse initiatieven die de democratie van onderop stimuleren en ons op het juiste sociale en ecologische spoor zetten.

Wednesday, December 2, 2009

Over populisme in Vlaanderen

Volgens Van Dale is populisme de neiging zich te richten naar de massa van de bevolking. Als we het zo definiëren, dan zijn partijen als Vlaams Belang (VB) en Lijst Dedecker (LDD) niet Belgisch-populistisch. Op Vlaams vlak scoren ze immers veel meer qua populariteit dan op Belgisch vlak. Bovendien zijn ze duidelijk anti-vakbonden. Met een syndicalisatiegraad van ongeveer 70 % zijn Belgen op dat vlak duidelijk anders ingesteld dan VB en LDD.
Zijn die partijen dan Vlaams-populistisch? In feite moeten we oppassen met een gemene deler te proberen zoeken als het over bevolking gaat, zeker in België.. dat nogal heterogeen van aard is. Vlaanderen is wel iets homogener qua bevolking. Het christendom drukt bijvoorbeeld nog altijd een vrij grote stempel op de Vlaamse mentaliteit. En toch.. er gaan heel wat minder mensen naar de kerk dan vroeger.
Er is ruimte voor katholicisme bij VB en LDD, zeker bij een Gerolf Annemans. Maar het zou een foute inschatting zijn om hen als partijen te bekijken die een christelijke stempel dragen. De CD&V draagt wel die stempel. Bij VB en LDD gebruikt men het christendom vooral om de invloed van islamitische strekkingen af te remmen. Maar ook het heidendom, agnosticisme en atheïsme hebben hun invloeden bij de zeer rechtse politici.
Wat ook opvalt is het feit dat Vlaams-nationalisme, moreel nihilisme en machtswellust of zeer autoritair denken en handelen een grote rol spelen in de mentaliteit van de meest rechtse politici in Vlaanderen. Maar het is zeker niet zo dat mensen in Vlaanderen daar altijd in mee gaan. In feite kunnen we dus stellen dat CD&V en N-VA misschien wel Vlaams-populistischer zijn dan VB en LDD. Ze zullen het etiket rechts-populisme sneller verwerpen dan VB en LDD maar ze komen meer in aanmerking voor het etiket.
Het soort marktdenken dat CD&V en N-VA uitdragen is populairder in Vlaanderen dan het zeer rechtse marktdenken van Dedecker en Dewinter. Bovendien slaan de gedachten van Leterme en De Wever iets meer aan in Wallonië en Brussel dan die van Dedecker en Dewinter. Toch ligt men alleen in Vlaanderen wakker van deze vier politici.
Belgisch-populisme bestaat in feite niet. Of Vlaams-populisme bij politici werkelijk meer is dan een opgedrongen spook? Ik heb er mijn twijfels over. De politicus die tot nog toe misschien het meest in aanmerking komt om als populist afgeschilderd te worden is Steve Stevaert (sp.a), met zijn pleidooien voor “wat de mensen willen”, maar Stevaert is inmiddels zowat van het toneel verdwenen.
Massamedia als Dag Allemaal, Humo en zeker de televisiezender één zijn “populistischer” dan politici. Het gebruik van de term populisme hoort dus misschien eerder thuis in de mediakritiek dan in de politicologie. Pogingen om kritieken op populisme te integreren in de mediakritiek zijn onder andere de verdienste geweest van een Jan Blommaert, Dieter Lesage of Eric Corijn.
In een radio-uitzending van 2004 beschreef de linkse criticus Corijn populisme als “een politiek die zich legitimeert door de uitdrukking te zijn van de wil van het volk en waarbij dat die uitdrukking rechtstreeks uit het volk naar voor komt en door bepaalde politici gedragen wordt." Over welk “volk” Corijn het hier heeft is mij echter te onduidelijk. Ik vind dan ook dat Corijn nog te veel mee gaat in het huidige alomtegenwoordige denken over concepten als “natie” en “volk”, waarbij de idee van een homogeniteit in “een natie” of “een nationaal volk” overeind blijft terwijl die er niet is.