Monday, December 25, 2006

Over Consensus

door Janet Biehl

Janet Biehl maakte ooit deel uit van de Burlington Greens, een libertaire groepering die gedurende korte tijd de groene beweging in de Verenigde Staten in een linksere richting probeerde te duwen. De volgende tekst werd geschreven voor een Groen congres in 1989, en verscheen eerder in het Engels onder de naam Policy Statement #2: On Consensus.


De Groene beweging in de Verenigde Staten hecht veel belang aan twee doelstellingen die vaak met elkaar in conflict komen. Enerzijds hecht ze veel belang aan een diversiteit van meningen onder haar leden, anderzijds hecht ze veel belang aan een consensus bij grote groepen van mensen die elkaar niet kennen. Deze twee doelstellingen komen vaak in conflict met elkaar.
Kleine groepen, waarin mensen elkaar kennen en elkaars meningen begrijpen, kunnen erg geschikt zijn voor consensusbesluitvorming. Veel kleine groepen komen juist bijeen omdat ze het onderling eens zijn over bepaalde fundamentele kwesties. In deze groepen kan consensus een de facto aspect van het besluitvormingsproces zijn.
Maar in grote groepen van mensen die elkaar niet kennen is het ideaal van consensus niets meer dan dat : een ideaal. Er kan slechts zelden een overeenstemming van gedachten zijn inzake alle thema's. Het idee dat er “one mind” (één denkwijze) in grote groepen kan zijn is meestal een misvatting, één die zelfs gelogenstraft wordt door de Groene toewijding aan het waarderen van diversiteit. Zoals het debat van sociale ecologie tegenover diepte-ecologie aangetoond heeft, bestaat er in de praktijk een verscheidenheid aan benaderingen als het over het probleem gaat van hoe een ecologische samenleving te creëeren.
In grote groepen kan een groot belang aan consensus hechten, terwijl het er ook aantrekkelijk uitziet om dat te doen, gebruikt worden om onafhankelijk, kritisch denken van individuen te ontmoedigen. Men geeft zo faam en roem aan “groepswijsheid”, zonder te erkennen dat de bewuste en principiële oppositie van enkele mensen die de moed hebben om zich te verzetten tegen een beslissing van de groep, bijzonder gewaardeerd moet worden. Ja, datzelfde onafhankelijke denken en die moed moeten juist gecultiveerd en dus niet ontmoedigd worden, in een tijdperk waarin conflict gezien wordt als een vorm van geweld en argumentatie als “tweedracht”.
De geschiedenis van de Groene beweging in de Verenigde Staten onthult dat het gebruik van consensus in grote groepen te vaak immobiliserend gewerkt heeft. Consensus heeft minderheden het recht gegeven hun vetorecht te doen gelden tegen beslissingen die uitgingen van meerderheden binnen groepen. Als resultaat hiervan zijn vele Groene bijeenkomsten op blokkeringen uitgedraaid, door het feit dat enkele leden zich verzetten tegen een beslissing waar een meerderheid het mee eens was.
Ook is consensus niet noodzakelijk in overeenstemming met het ideaal van een radicale, participatieve democratie. Want bij consensus moet in theorie iedereen meedoen aan de uitvoering van een beslissing als een groep die beslissing genomen heeft. Dat betekent dat bij consensus, minderheden vaak het recht tot het verschillen van mening (cfr. dissent of dissensus) ontzegd wordt – en ze worden ook de institutionele structuren ontzegd die hen het recht geven om aan dissensus te doen. Historisch gezien is het zo dat bij het consensusproces, minderheden die tot dissensus overgingen soms intimidatie door informele elites moesten ondergaan. Wanneer het recht op “dissent” ontkend wordt, kan de onderdrukking van een zichzelf verzettende en principiële minderheid het resultaat zijn.
Consensus, hoe groot haar ideaal ook mag zijn, schept in werkelijkheid vaak de mogelijkheid van een tirannie van machtige informele kliekjes, zelfs wanneer een kliek en zijn tirannie niet (h)erkend worden door andere leden van de groep. De geschiedenis van alternatieve sociale bewegingen, zoals ook die van de Clamshell Alliance, wijst uit dat consensus de betekenis kan krijgen van iets dat het intimideren van diegenen die het oneens zijn met een aantal dingen bewerkstelligt.
Wanneer dissensus ontkend wordt, wordt het bereiken van consensus een leeg iets – slechts een oefening in ritueel bondgenootschap, “ritual bonding” (zoals Howard Hawkins het verwoord heeft), opgedrongen door de meerderheid. In deze gevallen, betekent consensus een toegewijd zijn aan de éénheid van de groep zelf in plaats van een toegewijd zijn aan het begrijpen van de waarheid over een bepaald iets.
Meningsverschil is geen vorm van oorlogsvoering, noch een vorm van geweld. Argumentatie is geen vorm van onderdrukking. Waarheid en helderheid zijn in het belang van de onderdrukten, niet in het belang van de machtigen. Pogingen om discussies af te blokken zijn enkel in het belang van de heersende orde.
Dissensus moet daarom aangemoedigd worden, niet ontmoedigd. Enkel doorheen een principiële discussie over hetgeen op het spel staat in een kwestie kan de waarheid aan het licht komen. Het zijn “liberals” (centrum-linksen), diegenen die het systeem aanvaarden, die waarheden mystificeren en onschadelijk maken, tot die waarheden platitudes worden waar iedereen het mee eens kan zijn, en die consensus in de vorm van “vrede” willen. In een tijdperk van aanpassingen zoals het onze – zijn het centrum-linksen die het belang van het verhelderen van radicale waarheden zullen ontkennen.
Meerderheidsbesluitvorming is de democratische methode van het uitzoeken wat de wil van de grote groep bij de besluitvorming is. Want meerderheidsrecht beschermt het recht van de minderheid om tot dissensus over te gaan, en meerderheidsrecht maakt dat ze een groepsbeslissing niet moeten naleven wanneer ze het er niet mee eens zijn. Om de diversiteit van opinies gewaardeerd te doen zijn, moet daarom meerderheidsrecht in grote groepen gezien worden als een aanvaardbaar proces.

Vertaald door Rafa Grinfeld

Wat maakt iemand anarchistisch?

Volgens mij heeft het vooral met een gevoel te maken ergens bij te horen. Als men zich weinig thuis voelt in de anarchistische beweging gaat...